MenuAardappelen en Wapens text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het NederlandsDiese Seite auf DeutschThis page in EnglishCette page en Français
vorigeterug Indexvolgende

Aardappelen en Wapens

Originele grootte 2464 × 3472 px

bedrijf stonden stil en de meisjes als vastgenageld op hun
plaatsen. Verschillenden huilden en snikten luidkeels.
De mannen waren naar buiten gelopen en liepen de zoekende politie-
mannen zoveel mogelijk in de weg.   Tot mijn geluk had de gaardenier,
Leo Dahmen, de wapens op een andere plaats diep ingegraven en
eroverheen een hoop aardappelen gebermd, zoals gebruikelijk
voor winterberging. Op de plaats waar aangegeven was in de
schets waarmee de zoekende mannen rondliepen, lag ook een
aardappelhoop. Toen de politiemannen begonnen, deze hoop uit
elkaar te halen, ging er een luidkeels protest op onder ons
mannelijk personeel, die er allemaal omheen stonden. Zoiets van:
dat zijn onze aardappelen, daarvan moeten jullie
afblijven, die hoop is niet van de baas, die heeft daarmee niets
te maken etc.       De aardappelhoop werd toch omver gebermd
en men vond niets.  Vanaf dat moment mocht ik naar binnen, bij
mijn vrouw komen. Inmiddels zaten daar ook mijn ouders, die met
een taxi uit Heerlen gekomen waren, en kapelaan Horsmans.
Renesse komt ook en deelt mede: "Wij hebben koper
gevonden en u dient zich hiervoor te verantwoorden bij de
Duitse autoriteiten. U zult dus wel naar Vught gezonden
worden." En mijn vrouw kreeg van hem opdracht om nachtgoed en
toiletartikelen voor mij gereed te leggen. Mijn vrouw kwam
toen heftig in opstand, zij verklaarde in verwachting te zijn en
met mij mee te gaan naar Vught.
Ik wilde de kapelaan nog spreken en vroeg dit in de vorm van: "Ik wil
voor ik wegga nog biechten." Dat stond Renesse toe. De kapelaan
vroeg ik om contact op te nemen met Johan de machinist over de
wapens en met de Jezuïeten in Maastricht over hun bezittingen,
zodat Gerda, mijn vrouw, niet verder risico zou lopen tijdens mijn
gevangenschap. Hij zou voor alles zorgen.    Vlak na deze biecht
beval Renesse een marechaussee om mij op te brengen. Ik werd
met een handboei aan zijn pols gekoppeld en zo zouden wij door
Valkenburg lopen. Toen kwam mijn vader in actie. Hij plaatste
zich voor Renesse en zei: "Mijn zoon is geen boef! Zelfs als hij
wapens verborgen zou hebben, dan zou ik zelfs trots op hem zijn.
Hij mag niet geboeid over de straat lopen. Buiten staat de taxi
en ik eis van u "Herr Offizier", dat hij per taxi weggebracht wordt.
Zo niet, dan zal ik mijn schoonzoon en de zwager van Pierre, mededelen
hoe u zijn naaste familie vernedert en die schoonzoon is de
Ortsgruppenführer der NSDAP (de Duitse nazi-partij) in Heerlen." Renesse gaf toe en ik
ging per taxi naar de kazerne op de Emmaberg. De opperwachtmeester
zat daar. De politieman wilde mij in de cel sluiten, doch de opper
wenkte, dat ik op kantoor moest komen. Hij stuurde de jongeman weg
en vroeg mij zeer verwonderd wat er aan de hand was. Ik antwoordde:
"Renesse heeft koper bij mij thuis gevonden." Het is inmiddels
middag geworden. De opper roept zijn vrouw om mij iets te eten
te brengen. Er kwam een grote kop bouillon met een ei erin geklopt.
Na de middag is de opper ijverig aan het zoeken in diverse op
de plank staande boeken. Eindelijk heeft hij het gezochte en zegt:
"Als Renesse komt, beroep je op een verordening van onze eigen
Haagse secretaris-generaal omtrent het leveren van koper. Die
verordening hebben die lui aldaar zogenaamd gemaakt tot hulp aan
de "Nederlandse" industrie. Dit is dus een zaak van de officier van
justitie in Maastricht, niet voor de SD."

(SD = Sicherheitsdienst des Reichsführers-SS, geheime dienst van de SS)

Renesse komt binnen, negeert mij en loopt naar de telefoon.
De opper, die naast het toestel zit, legt zijn hand erop en zegt:
"Is dit een kopergeval?" "Inderdaad, en ik dien de SD ervan te
verwittigen."

Album : Verzet

Pierre Schunck
zoom 24.350649350649%