MenuDe familie Eck tussen 1873 en 1943 text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het NederlandsDiese Seite auf Deutsch  

 

Het echtpaar Eck-Chermin en hun kinderen

De onderstaande tekst is mij vanuit de familie per mail toegestuurd. Zie afzender onderaan. Het gaat hierbij om een voorlopige versie, die nog fouten kan bevatten. Wie er een vindt, wordt verzocht, dat te melden via de contactpagina.
Wanneer in de onderstaande tekst bij een naam een -teken staat, dan verwijst dat naar die persoon in de stamboom op deze site.

De broer van onderstaande Gerhard Eck en de zus van zijn vrouw Maria Helene Chermin zijn een jaar later eveneens met elkaar getrouwd:
Heinrich Joseph Eck × Maria Josepha Chermin ∞ 07-02-1874 te Kerkrade. Zij zijn aan de Duitse kant van de grens gaan wonen in Kohlscheid (bron: mijn moeder. A.Schunck), terwijl Gerhard en Maria Helene zich in Kerkrade vestigden. Dit is een typisch EuRode-verhaal. De plaatsnaam Heyden bestaat niet meer. Wel de ruïne van het kasteel Haus Heyden en vlakbij het gehucht Pannesheide. Aan de Nederlandse kant ligt daar het tot Kerkrade behorende Bleierheide. We mogen daarom wel aannemen, dat de gebroeders Eck uit het huidige Pannesheide kwamen, dat tot Kohlscheid en dus inmiddels tot Herzogenrath behoort.

Op 25 april 1873 trouwden de 27-jarige ♠ Gerhard Eck (*1846 te Heyden Dld) en de 20-jarige ♠ Maria Helene Chermin (*31-3-1853 Kerkrade). Ze woonden in Kerkrade en kregen 10 kinderen. Helene stierf al op 50-jarige leeftijd op 13-8-1903 en Gerhard op 59-jarige leeftijd op 1-1-1905, beiden te Kerkrade. De 5 jongste kinderen woonden toen nog thuis of waren student. Catharina Eck, de oudste van die vijf, verzorgde hen. In een Valkenburgs krantenartikel van maart 1939 over het dubbel jubileum van Wilhelmus Eck staat dat hij uit een onderwijsfamilie komt. Inderdaad klopt dat wat betreft zijn generatie, maar we weten niet of Gerhard of Helene les gaven. We noemen zijn generatie gemakshalve de onderwijsgeneratie.

313
1924. Rector W. Eck bij zijn zilveren priester /rectorfeest, omringd door zijn zussen en broer.
  1. Wilh. Joseph Eck
  2. Maria Theresia Eck
  3. Maria Gertrudis Eck
  4. Maria Eck
  5. Pieter Joseph Eck
  6. Anna Catharina Eck
  7. Maria Clara Eck
  8. Paul Joseph Ambrosius Eck
  9. Maria Ellen Eck
  10. Johanna Maria Eck
  1. De oudste was ♠ Wilhelmus Joseph Eck, roepnaam Willy (*2-3-1874 te Kerkrade en †24-4-1943 te Valkenburg, 69 jr.). Gymnasium en Philosophicum te Rolduc. Hij was zeer intelligent en won vele prijzen (belangstelling voor geschiedenis en natuurwetenschappen). Het verhaal gaat, dat hij het niet kon laten om zijn docenten te verbeteren, als ze iets niet goed uitlegden. Volgens mij (C.Schunck) is dat een familietrekje. Theologie op Grootseminarie Roermond. Priesterwijding op 18-3-1899. Op 30-9-1899 rector van het St.Joseph-Instituut Valkenburg, toen nog een jongenskostschool, later een meisjeskostschool; zijn nichtje Jetty Cremers was o.a. een leerling.

    Naast zijn rectoraat gaf hij ook godsdienstles aan diverse scholen in Valkenburg; later ook aan de kweekschool van Heerlen (Bekkerveld). Hij werd tevens gedelegeerde voor de godsdienstexamens op 2 Maastrichtse kweekscholen. Specialist in onderwijswetten. Er zijn 2 foto’s in mijn archief (ik was petekind) bij hoogtepunten van zijn carrière: de foto van 1924 bij het zilveren priester/rectorfeest geeft een prachtig tijdsbeeld van de heerbroer te midden van zijn zelfbewuste broer en zussen;

    313
    de tweede foto is gemaakt in april 1939 (geschreven achterop de foto) naar aanleiding van het dubbel jubileum van zijn 40-jarig priesterschap (maart) en rectoraat (september). Het feest voor de Valkenburgers was pas in september (volgens krantenartikel). Wilhelmus was als ‘heerbroer’ en ‘heeroom’ de heerser over zijn broer en zussen en hun kinderen. Enige voorbeelden: Gerda Cremers mocht van hem niet naar het conservatorium van Luik (te gevaarlijk). Haar broer Joop werd gestimuleerd om na zijn gymnasium een priesterstudie te volgen, maar toen hij daarmee als 20-jarige ophield in 1935 werd hij op advies van heeroom weer in de familiekring opgenomen en binnen 14 dagen naar de universiteit gestuurd: jongens moesten carrière maken, meisjes in de huishouding helpen! Zijn andere neef Jos Kreijen (ad 4,3) werd wel priester, maar heeroom stierf 4 maanden voor de priesterwijding van zijn neef. Tijdens de oorlog heeft rector Eck de hulp ingeroepen van Pierre Schunck om de paters Jezuïeten van Valkenburg te helpen hun kostbare verzameling boeken, kelken en misgewaden te laten onderduiken, toen het Jezuïetenklooster genaast werd door de Duitsers (zie Verzet Pierre Schunck, kelken en misgewaden). Wilhelmus is april 1943 begraven op het kerkhof van het Joseph-Instituut.

  2. Maria Theresia Eck, roepnaam Treza (*13-6-1876 Kerkrade en †3-1-1952 Kerkrade 76 jr.) Zij trouwde als 20-jarige op 30-10-1896 met Hubert Joseph Lückers (*31-10-1866 Heerlen en †29-9-1930 Kerkrade 67 jr). Daarna trouwde ze als 50-plusser met een weduwnaar Theodoor Ackermans (*18-9-1870 Hoensbroek en †14-9-1936 Kerkrade). Ze was dus al 2x weduwe in 1939. Ze kreeg van haar eerste man 4 kinderen: Gerhard, Barbara, Claire, Elly.

  3. Maria Gertrudis Eck, roepnaam Gerda (*14-11-1877 Kerkrade en †1947, 70 jr.) Zij trouwde als 20-jarige op 22-4-1898 met Nicolaas Joseph Schrijen (*3-7-1870 Merkelbeek en †begraven 10-2-1944 Kerkrade 74 jr). Hij was hoofdonderwijzer ULO Kerkrade. In 1938 was hij al gepensioneerd; ze woonden toen op Rolduckerweg 32 Kerkrade (zie feestgids 40-jarig huwelijk). Ze hadden 4 kinderen: Gerhard, Leni, Fientje, Treesje.

  4. Maria Eck (*4-3-1879 Kerkrade en †31-5-1930 Kerkrade Chèvremont graf 585 zie www.graftombe.nl. 51 jr). Zij trouwde rond in 1899 met Hubert Kreijen (*25-8-1874 Herzogenrath en †21-6-1946 Kerkrade Chèvremont graf 585, 70 jr.) Hij was smid op de St.Pieterstraat in Kerkrade (Archief Kerkrade, straatnamen). Ze kregen diverse kinderen, waarvan er 3 bleven leven: Lenchen, Gerd en nakomertje Jozef. Maria stierf niet bij de geboorte van Jozef, maar als 51-jarige. Weduwnaar Hubert hertrouwde met zijn schoonzus Ellen (zie 9) om voor 10-jarige zoon Jozef te zorgen.

  5. Pieter Joseph Eck (*3-6-1880 en †5-10-1880 Kerkrade 4 maanden oud).

  6. Anna Catharina Eck: roepnamen Catrinchen en Trienchen Zie onderaan: roepnamen. (*3-2-1882 Kerkrade en †2-6-1950 Valkenburg, 68 jr.). Omdat zij na de dood van haar moeder voor haar jongere broer en zussen moest zorgen, trouwde ze pas als 26-jarige op 28-4-1908 te Chèvremont (villa Lückerheide) met Johannes Josephus Cremers: roepnaam Jean (*28-12-1878 Voerendaal en †2-5-1947 Valkenburg, 68 jr.). Het huwelijk werd ingezegend door heerbroer Eck in de kerk van St.Pietersrade. Ze kregen 4 kinderen: Wielke, Gerda, Joop en nakomertje Jetty. Jean en Catharina leerden elkaar kennen via Catharina’s zus Clara (zie 7), die op dezelfde school les gaf als Jean. Jean was zeer intelligent en ijverig en haalde alle L.O. aktes Frans, Duits en Engels en gaf daarna les aan de ULO van Valkenburg, waar heerbroer Eck reeds godsdienstles gaf. Tussen de geboorte van Gerda en Joop is het echtpaar verhuisd naar Valkenburg. Jean had een brede culturele belangstelling en werd actief lid van culturele organisaties o.a. was hij vanaf de opening in 1916 van het Openluchttheater (gebouwd door architect Cuypers) jarenlang bestuurslid van N.V. Valkenburg Omhoog (Openluchttheater en Rotspark). Na WO I kreeg Jean een Belgische Koninklijke onderscheiding vanwege zijn hulp aan Belgische vluchtelingen. Jean werd slachtoffer van de Spaanse griepepidemie en is uiteindelijk door blijvende restverschijnselen voortijdig gepensioneerd. Catharina begon in hun woonhuis aan de Muntstraat 7 in Valkenburg in de zomermaanden een pension, dat goed liep. Gerda en Joop hadden achter het pensionterras in de mergelgrot onder de Ruïne een donkere kamer (toegang te zien op foto uit 1927/28: bild 314 van Aachenerwebdesign). Pinksteren 1930 opende Catharina als 48-jarige aan de Wilhelminalaan een groot hotel met 50 kamers, ontworpen door architect Wielders (van de Stijlgroep) uit Sittard.
    ... Het hotel is helaas in de oorlog genaast door de Duitsers en na de oorlog verkocht, omdat er geen opvolger was. Tijdens het overlijden van Jean woonden ze op Grotestraat 30, terwijl in de tuin van Wasserij Schunck op Plenkertstraat 92 een huis in aanbouw was, ontworpen door Peutz. Weduwe Cremers-Eck verhuisde in het najaar 1947 naar dat huis met haar 2 ongehuwde dochters Wielke en Jetty. Na het huwelijk van Jetty zijn Catharina en Wielke in september 1949 verhuisd naar de Bogaardlaan, waar ze tot hun dood (resp. juni en aug.1950) gewoond hebben. Het was in het centrum van Valkenburg naast de meisjesschool. Mijn zus Marie-José en ik gingen iedere morgen na de Mis bij oma ontbijten. Ik herinner me dat oma altijd naar operettes luisterde op de radio. Op haar bidprentje staat, dat zij een sterke vrouw was. Zij heeft eerst haar broer en jongere zussen verzorgd en carrièrebewust gemaakt: voor die tijd uitzonderlijk voor een vrouw. Daarna had ze naast haar gezin en zieke man ook nog een goed lopend hotel: ze heeft zelfs haar kleinkinderen voorgehouden dat je alleen met zuinigheid en vlijt iets kunt bereiken in het leven (‘Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen’ was haar gevleugelde gezegde); ook onze tafelmanieren moesten onberispelijk zijn. Zij was een voorbeeld voor alle hardwerkende Eck-vrouwen, die wisten hoe ze zich moesten presenteren. Meer informatie over Catharina Eck

  7. Maria Clara Eck, roepnaam Clara (*24-2-1884 Kerkrade en †21-8-1952 Kerkrade Holz, 68 jr.). Ze is als enige zus nooit getrouwd geweest, maar zeer actief als onderwijzeres en in het sociale verenigingsleven. Volgens het archief van de gemeente Kerkrade was ze actief lid van het Maria-Legioen, secretaresse van de RK Meisjesbescherming, lid van de RK Reclassering en oud-prefecte van de Maria-Congregatie. Na haar pensionering ging ze wonen bij haar zus Johanna en zwager Heijltjes volgens een feestdicht voor haar zestigste verjaardag in 1944, gemaakt door haar broer Jozef in het Kerkraads (in mijn archief). Ze had ook contact met diverse Franciscanen, die in het onderwijs zaten, zoals Renatus Ritzen ofm (in 1927 leraar Bernardinuscollege) en missionaris Pöttgens ofm, die na de oorlog in Karachi werkte. Mijn moeder heeft enkele contacten voortgezet.

  8. Paul Joseph Ambrosius Eck, roepnaam Jozef (*7-12-1885 Kerkrade en †begraven 30-12-1956 Kerkrade Bleijerheide, 71 jr.). Hij trouwde rond 1920 met Cordula Grüterich, roepnaam Cordy (*28-1-1898 Hückelswagen Dld en †19-8-1999 Kerkrade, 101 jr oud!). Zij kregen 6 kinderen: Bert, Marianne, Annemie, Helm, Kit en Paul. Jozef studeerde Duits aan de universiteit van Groningen en werd in 1910 leraar Duits aan het gymnasium van Rolduc tot zijn pensioen in 1953. Hij was ook leraar aan de jongens Kweekschool Heerlen en aan de Hotelvakschool Maastricht. Ook leraar Duits aan meisjes HBS en 1e directeur Middelbare Meisjesschool (MMS) Kerkrade. In 1928 lid examencommissie akte L.O.Duits. Bekwaam leraar door grondige kennis en grote pedagogische gaven (zie archief Kerkrade, straatnamen). Verder lid Armbestuur; cultureel en sportief actief. Van 1953 tot dood lid van KVP-fractie Gemeenteraad. In 1964 werd de Jozef Eckstraat in Kerkrade naar hem genoemd. Cordy was na zijn dood nog jarenlang actief voorde Raad voor de Kinderbescherming, de Vincentiusvereniging, de Vastenactie en missiecomité parochie. Voor dat werk kreeg ze op 99-jarige leeftijd de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice (mrt.1997). Echtpaar Eck-Grüterich ligt begraven in graf 044 in Bleijerheide. Mijn zussen Ineke en Marie-José hebben tijdens het schooljaar 1953/54 bij oom Jozef en tante Cordy gewoond, toen mijn ouders met hun 4 jongste kinderen 1 jaar op Bonaire woonden.

  9. Maria Ellen Eck, roepnaam Ellen (*18-5-1887 Kerkrade en †3-5-1970 Kerkrade Chèvremont begraven in graf 585 samen met haar zus Maria en man Hubert). Na de dood van haar zus Maria in 1930 trouwde Ellen als veertigplusser met de weduwnaar Hubert Kreijen om te zorgen voor het nakomertje Jozef van haar overleden zus. Ellen en Hubert gingen na zijn pensionering in Valkenburg wonen naast de kerk. Na overlijden Hubert in 1946 ging Ellen wonen op de Parallelweg in Meerssen. In die periode kwam ze op ons passen, als mijn ouders op reis waren. Ik vond haar een vreemde tante: altijd biddend, maar als kind zag ik dat wellicht iets te overdreven. Op het einde van haar leven woonde ze in klooster Maria-oord Kerkrade. Ze is 82 jaar geworden.

  10. Johanna Maria Eck, roepnaam Johanna (*21-5-1891 Kerkrade en †20-8-1962 Kerkrade Holz, 71 jr). Zij is rond 1920 getrouwd met Arnold Willem Heijltjes (*6-1-1898 Oberhausen Dld en †28-7-1976 Kerkrade Holz. Volgens Archief Kerkrade Bidprentjes was hij bij overlijden 80 jaar, maar geeft 1898 als geboortejaar op). Hij was dus 4 à 5 jaar jonger dan Johanna. Zij kregen 3 kinderen: Arno, Wim en Marie-José.

Christine Schunck, met behulp van Cor Cremers en Arnold Schunck.
(Omdat het hier om een familiesite gaat, zijn academische titels weggelaten)
Wordt vervolgd


Roepnamen zijn per definitie iets mondelings en daarom vaak moeilijk te achterhalen. Een goed voorbeeld daarvan is de roepnaam van Catharina Cremers, geb. Eck. Ik heb mijn moeder om oma’s roepnaam gevraagd en die antwoordde: Trienchen. Dat wordt door de ouderen uit ons gezin bevestigd. Maar op op een uitnodiging voor een Communiefeest in Kerkrade staat: "tante Catrinchen en Wielke" (dus zonder e achter de i). Toen ze naar Valkenburg verhuisde, kwam ze in een voor haar vreemde omgeving en was dus „mevrouw (Catharina) Cremers“. Vooral ook, omdat ze als hotelier toch wel deftiger wilde overkomen. Bovendien was het een Kerkraadse/Duitse voornaam, en ze had gemerkt dat men haar Kerkraads niet verstond. Zo sprak ze in Valkenburg alleen nog Nederlands. Maar voor haar familie bleef het natuurlijk gewoon bij het oude. Wat is er nu juist? Hoogstwaarschijnlijk is het allemaal juist: door verschillende groepen worden vaak verschillende roepnamen gebezigd voor dezelfde persoon. Maar mij interesseren vooral de roepnamen die binnen de familie gebezigd worden. En ook die zijn vaak variabel en hebben natuurlijk ook geen „juiste“ spelling, omdat het om spreektaal gaat. Dus is in dit geval de roepnaam zowel Trienchen als Catrinchen. De laatste klinkt een ietsje voornamer, staat dus op een uitnodiging beter. In het Nederlands zou dat (Ka)Trijntje zijn.
Een ander interessant punt is het gebruik van de officiële voornamen. Vaak zien we dat bij katholieken in de doopregisters andere namen staan dan bij de burgerlijke stand. Voorbeeld: Johannes Josephus versus Jan Jozef. Wilhelmus versus Willem, terwijl de roepnaam Willy was. Dat werd blijkbaar niet vreemd gevonden. Wilhelmus of Willem of Willy, het was in feite allemaal dezelfde naam. Dat ging soms zelfs zo ver, dat voor dezelfde persoon in de geboorteakte een andere naamsvariant staat dan in de overlijdensakte. In onze gedigitaliseerde wereld onvoorstelbaar.
Arnold Schunck