MenuHotel Cremers text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het Nederlands   

 

Hotel Cremers

Omdat het hier niet om gevoelige informatie gaat (vooral over niet meer levende personen en niemand woont nog op de aangegeven adressen) is deze pagina toch algemeen bereikbaar.
Het begint met een mail van 8 sep. 2012 met een paar vragen over Hotel Cremers en zijn eigenaars, het echtpaar Catharina Eck 1882–1950 en Jean Cremers 1878–1947, aan hun afstammelingen. Daarop kwamen door de jaren heen enkele reacties.


Hun kleindochter Ineke schrijft op 11 sep. 2012:


Ik weet nog heel goed dat opa, oma en tante Wielke in de Grote Straat woonden, boven de zaak van de fam. Smeets, meen ik. Dat was een mooie grote verdieping; ze hebben daar ook nog na de oorlog gewoond, totdat het huis,in de Plenkert klaar was. Dat huis is gebouwd voor opa, oma en hun 2 dochters, Wielke en Jetty, op initiatief van pa. Hoe dat met de kosten zat weet ik niet. Jetty is vanuit dat huis getrouwd in 1948; maar ze woonde toen al niet meer echt thuis.
Wielke was apothekersassistente en heeft gewerkt in de apotheek in de Grotestraat.
Ze is ziek geworden en is niet lang na oma overleden.in 1950.
Oma en tante Wielke zijn vanuit het Kunradersteenhuis in de Plenkert verhuisd naar de Bogaardlaan omdat onze familie terug kwam uit Bonaire en ergens gehuisvest moest worden. De wasserij was inmiddels verkocht aan Hennekens.

Kunderstein, Raarberg, Meerssen

De huizen in Meerssen zijn door opa Schunck gebouwd voor zijn twee oudste dochters: Jos en Lou, inderdaad met steen uit zijn eigen groeve in Kunrade. Tante Jos (moeder van Otto) heeft er niet lang gewoond maar de fam. Janssen zoals jullie weten wel.
Voor de fam. Cremers heeft er nog iemand anders gewoond, maar dat weet Jean misschien nog wel.

539 - Folder Hotel Cremers 1
540 - Folder Hotel Cremers 2
541 - Folder Hotel Cremers 3

22-10-2016. Een ander familielid schreef in dit verband:

Beste familie,

In het laatste nummer van het Valkenburgse kwartaalblad ‘Kijk op Valkenburg’ staat een uitgebreid artikel gepubliceerd over Hotel Vue des Montagnes – tegenwoordig Hotel Vue – in Houthem.

Bij het lezen van dit stuk kwam ik een korte passage tegen waarin gesproken wordt over hotel Cremers, het hotel van jullie grootmoeder (zie laatste tekstblok meegezonden bijlage). Hierin staat vermeld dat de fam. Cobbenhagen dit hotel exploiteerde van 1945 (?) tot 1954. Daarna gaat de exploitatie over naar de familie Austen, die deze voortzetten tot begin de jaren negentig in de vorige eeuw. Vervolgens krijgt het hotel de naam ‘Parkzicht’.
Pieter Austen, advocaat te Valkenburg …, liet me weten dat zijn ouders het hotel kochten van Peter Schunck (datum tansportakte moet ik nog opvragen). Pieter heeft na de beëindiging van de hotelexploitatie nog enige tijd kantoor gehouden in een deel van het hotelgebouw.


Wat ik weet is dat hotel Cremers door jullie grootmoeder is gebouwd in de dertiger jaren. In die dagen een zéér emancipatoire daad! Het gebouw had de kenmerken van de Amsterdamse school en was voor die tijd zeer comfortabel.
Twee jaar geleden werd het niet meer in gebruik zijnde hotel door de burgemeester gesloten wegens een in de kelder aangetroffen wietplantage. Nadat de gedwongen sluiting (6 maanden) was opgeheven, is een nieuwe eigenaar begonnen aan de restauratie en renovatie van het gebouw. Het wordt weer een van de pareltjes in Valkenburg!

M.b.t. het hotel heb ik een aantal vragen, waarop jullie mogelijk een antwoord kunnen geven.
(Klik op een vraag en je komt bij het antwoord terecht. Als je daar ook weer op de vraag klikt, kom je hier terug. Voor de kleurencode over de auteurs van de antwoorden, zie iets verder beneden.)

  1. Met welke middelen werd de bouw gefinancierd?
  2. Tot wanneer heeft jullie grootmoeder het hotel voor eigen rekening en risico geëxploiteerd?
  3. Hoe verliep de exploitatie tijdens de bezetting (1940-1944) en na de bevrijding van Valkenburg?
  4. Wat was de positie (eigenaar/huurder/exploitant?) van de familie Cobbenhagen-Wetzels in de periode 1945-1954?
  5. Jullie grootouders verhuisden in 1947 naar de Plenkertstraat en gingen wonen in een huis dat door Peutz, architect van het Glaspaleis (en vaste architect van Peter Schunck?), ontworpen was.
    Waar verbleven jullie grootouders tussen 45 en 47 toen de familie Cobbenhagen zijn intrek had genomen in hotel Cremers?
  6. Aan wie en wanneer verkochten de grootouders Cremers het hotel? (aan Peter Schunck?)
  7. Werd met de verkoopopbrengst het pand in Plenkertstraat gefinancierd?

Ik hoop dat bij jullie enige kennis aanwezig is waarmee antwoord gegeven kan worden op bovenstaande vragen.

Groeten,


De antwoorden op deze vragen zijn vooral afkomstig van de onderstaande personen, in volgorde van leeftijd. Ze zijn niet alleen door de kleur van de tekst van elkaar te onderscheiden, maar ook door met de muis over de tekst te bewegen.
Jan C.A. Schunck
Leo W.M. Schunck
Christine W.M. Schunck
Hier en daar is deze volgorde ook nuttig in de tekst, omdat de informatie van Christine die van de anderen voor een deel corrigeert.

[…]
Opa Cremers was leraar/onderwijzer aan de ULO/MULO in Valkenburg. Hij was actief in het verenigingsleven in Valkenburg. Zo was hij betrokken bij het openluchttheater en Rotspark, VVV etc. Hij was op het einde erg ziekelijk en is eerder opgehouden met werken. […] Hij heeft nooit in de Plenkertstraat gewoond. […]

Beste …,
Gisteren heb ik al gewezen op mijn artikel in Het Land van Herle, jaargang 65 (2015), nr.3, p.98-126, waarin 4 pagina’s gaan over hotel Cremers en de eerste eigenaars. Het nr. is nog voor 5 euro te bestellen bij de redactie van het tijdschrift. Nu je 7 vragen, voor zover mogelijk, want in het archief van Pierre Schunck en Gerda Schunck-Cremers zitten geen financiële stukken.

  1. Met welke middelen werd de bouw gefinancierd? Volgens mij is het hotel op de gebruikelijke manier gefinancierd, door eigen vermogen van echtpaar Cremers-Eck en vreemd vermogen van de bank (verhouding 70-30?).
    De architect van het hotel was Jos Wielders, ∗03-09-1883, †30-04-1949 Sittard. Het hotel werd geopend in 1930 met pinksteren. Opdrachtgever waren Jean Cremers (1878-1947) en Catharina Cremers-Eck (1882-1950). Catharina heeft het vooral gefinancierd met geld, dat ze gespaard had uit de opbrengsten van haar pension Muntstraat 7 Valkenburg. Waarschijnlijk ook met een banklening, maar welke bank is onbekend.
    319 - ca. 1930 - Folder hotel Cremers
    320 - ca. 1930 - Folder hotel Cremers

    Het hotel had 50 kamers met warm en koud stromend water, een mooie lounge en eetzaal en een groot terras en droeg kenmerken van de Stijlgroep. Meer gegevens en foto’s zie mijn artikel in Het Land van Herle.
  2. Tot wanneer heeft jullie grootmoeder het hotel voor eigen rekening en risico geëxploiteerd?
    Mij staat bij dat het hotel reeds in 1943 werd verkocht aan Opa Schunck c.q. Tante Chris.

    Na de verkoop van het hotel (ik heb altijd begrepen, dat Tante Chris Dohmen het hotel heeft gekocht, maar zou ook in opdracht van opa Schunck gebeurd kunnen zijn) zijn Opa en Oma Cremers in het centrum van Valkenburg gaan wonen op een 1e etage (ik dacht in de Grote Straat, …) boven een winkel (drogisterij??)
    Tante Wielke, die ook ziekelijk was (nieren) heeft vanaf die tijd altijd bij haar ouders gewoond (dacht ook al in het hotel) zij was apothekersassistente in de apotheek Starmans, Grote Straat. Zij is met Oma in 1947/1948 mee verhuisd naar het kunderstenen huis in de Plenkert (toen nr 92a).

    Het echtpaar Cremers-Eck exploiteerde het hotel vanaf 1930. In de praktijk alleen Catharina Cremers-Eck, omdat Jean Cremers toen al invalide was door de gevolgen van de Spaanse griep. Hij moest echter wel alle financiële stukken ondertekenen, omdat tot 1957 getrouwde vrouwen wilsonbekwaam waren en dus geen financiële stukken mochten ondertekenen.
  3. Hoe verliep de exploitatie tijdens de bezetting (1940-1944) en na de bevrijding van Valkenburg?
    Oma en Opa woonden reeds tijdens de Duitse bezetting in de Grote Straat, want ik herinner mij nog goed, dat wij in de Grote Straat bij Opa en Oma op bezoek waren, terwijl buiten voor het Gemeentehuis Duitse militairen uit een dienstauto stapten en het gemeentehuis binnen gingen. Van Oma mochten wij in die tijd niet voor het raam staan met een glas oranje ranja in de handen.
    Tijdens WO II hebben de Duitsers het hotel in beslag genomen. Jaartal en reden onbekend. Echtpaar Cremers is toen gaan wonen op een bovenwoning Grotestraat 30, Valkenburg, waar Jean Cremers op 2-5-1947 gestorven is.
    De Duitsers hebben tijdens de bezetting een aantal, zo niet alle hotels in Valkenburg gevorderd voor hun personeel in de regio. Zie hiervoor bij Cammaert Het Verborgen Front, hoofdstuk 7 het onderstaande over het einde van de verzetsstrijders J.H. Coenen uit Simpelveld en W.J. Francotte uit Vaals:
    „… Omstreeks half tien brachten vier militairen Coenen en Francotte naar een hotel in Valkenburg. De in het hotel ingekwartierde soldaten, die opgewonden en nerveus waren, onderwierpen hen aan een kort verhoor dat met schelden en dreigementen gepaard ging. Een dronken S.S.-officier wilde hen executeren, maar de militairen konden het onderling niet eens worden. Daarop brachten de vier bewakers Coenen en Francotte omstreeks tien uur naar een ander hotel, waar achttien militairen waren ingekwartierd. Die besloten over het lot van de twee te stemmen.
    Een meerderheid was voor de doodstraf. Tegen half elf brachten zes militairen de twee K.P.-ers naar het hotel van de Ortskommandant…“

    De plek op de Cauberg, waar de verzetsstrijders Sjeng Coenen
    en Joep Francotte door de Duitsers zijn gefusilleerd. Ze zijn er een tijdlang ook begraven geweest.
    Hier werd later het Provinciaal Verzetsmonument Valkenburg gebouwd.
    Bron: Beeldbank NIMH

  4. Wat was de positie (eigenaar/huurder/exploitant?) van de familie Cobbenhagen-Wetzels in de periode 1945-1954?
    Het jaartal van aankoop/verkoop hotel Cremers door ofwel Peter Schunck ofwel Chris Dohmen-Schunck in de periode 1944-1947 is onbekend aan mij, maar misschien is iets te vinden in het archief van C.Dohmen-Schunck (die overigens erg veel heeft weggegooid, toen ze de zaak in Heerlen verkocht (’al dè ouwe kroam’, zei ze toen ik ernaar vroeg).
    Het zou zelfs kunnen zijn, dat zowel Peter als Chris achtereenvolgens even eigenaar geweest zijn en dat Cobbenhagen alleen huurder is geweest. Totaal mistige periode vanwege de oorlog en zijn gevolgen.
  5. Jullie grootouders verhuisden in 1947 naar de Plenkertstraat en gingen wonen in een huis dat door Peutz, architect van het Glaspaleis (en vaste architect van Peter Schunck?), ontworpen was.
    Waar verbleven jullie grootouders tussen 45 en 47 toen de familie Cobbenhagen zijn intrek had genomen in hotel Cremers?

    Opa en Oma Cremers hebben na het verlaten van Hotel Cremers gewoond boven een winkel in de Grote Straat, recht tegenover het oude Gemeentehuis. Ik weet niet of in die winkel een drogist zaken deed, maar ik meen mij te herinneren, dat er (ook?) souvenirs en schildersbenodigdheden werden verkocht.

    Ik weet niet meer, wanneer Oma en Tante Wielke naar de Bogaardlaan zijn verhuisd. Ik dacht dat zij vanuit de Plenkertstraat naar de Bogaardlaan zijn verhuisd, toen wij in 1949 (of1950?) terugkeerden uit Bonaire.

    Het huis in de Plenkert (92a) is gebouwd voor Opa en Oma Cremers (en Wielke Cremers) in opdracht van mijn vader (?). In 1947 is nog iemand bij de bouw van het huis van de steiger gevallen en dood gebleven.
    Toen wij in 1948 naar Bonaire vertrokken, woonden Oma Cremers en Tante Wielke in de Plenkert 92a.
    Na het overlijden van zowel Oma Cremers als Tante Wielke, die ook nog in de Bogaardlaan hebben gewoond, werd het huis ons home, omdat de wasserij en het pand Plenkert 92 (oud nr!) ondertussen door Opa Schunck aan G.Hennekens was verkocht, waarbij een nieuwe grens kwam tussen pand 92 en 92a. Het kunderstenen huis nr. 92a was toen eigendom van onze vader PJA Schunck. Hoe het pand indertijd is gefinancierd weet ik niet.

    Architect was Frits Peutz, die voor P.J. Schunck gebouwd heeft, zoals het Glaspaleis, maar niet in dienst was van P.J.Schunck. Peutz had zijn eigen architectenbureau, maar hij bouwde wel graag kerken en huizen met de mergelstenen van het mergelbedrijf van Schunck.
    Jean Cremers is nooit verhuisd naar Plenkertstraat 92a, omdat hij tijdens de bouw van de villa stierf (zie antwoord vraag 3). Alleen zijn weduwe Catharina Cremers-Eck en 2 dochters Wielke en Jetty Cremers hebben gewoond in de mergelstenen villa van 1947 tot 1949. Jetty vertrok al in augustus 1948 vanwege haar huwelijk.
  6. Aan wie en wanneer verkochten de grootouders Cremers het hotel? (aan Peter Schunck?)
    Jean jr. (zo moet hij in dit verband worden genoemd) dacht hierover al na op 24-08-2012: „Bijzonderheden over de verkoop van hotel Cremers zijn mij onbekend. Daarvoor zul je bij Ineke, Jan of Leo moeten zijn. De veronderstelling dat grootvader Schunck te hulp is geschoten bij de voorfinanciering van de bouw van het huis aan de Plenkertstraat is plausibel.“
    Catharina en Wielke hebben vanaf het najaar 1949 tot hun overlijden in 1950 nog even gewoond in de Bogaardlaan 7, Valkenburg, omdat het gezin Schunck-Cremers vanaf het najaar 1949 de villa huurde van P.J. Schunck tot 1960. De villa was eigendom van P.J. Schunck tot zijn overlijden in 1960; daarna eigendom van P.J.A. Schunck.
  7. Werd met de verkoopopbrengst het pand in Plenkertstraat gefinancierd?
    De grond en bouwmateriaal (mergel) en de villa waren dus in 1947 eigendom van P.J. Schunck en niet van de weduwe C. Cremers-Eck.
    Ongeveer in dezelfde tijd werd het huis Kunderstein aan de Raarberg in Meerssen gebouwd. Ook dit in opdracht van P.J. Schunck. Het gaat hier om twee huizen onder een kap, oorspronkelijk bedoeld voor twee van zijn dochters met hun gezin. De oudste, Josephine, werd zwaar ziek en bleef bij haar ouders wonen. In haar plaats betrok de zoon Joop van het echtpaar Cremers-Eck met zijn gezin het linker deel van dit huis, rechts woonde familie Janssen-Schunck. Werd met de verkoopopbrengst van het hotel wellicht ook dit huis gefinancierd? Is dit ook door Peutz ontworpen?