Menu80 jaar Glaspaleis Schunck, Heerlen text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het NederlandsDiese Seite auf DeutschThis page in EnglishCette page en Français

 

80 jaar Glaspaleis Schunck, Heerlen

Tijdens de reünie 2015 van de familie Schunck in het Glaspaleis werd ook stilgestaan bij het feit, dat dit Glaspaleis nu 80 jaar bestaat. Marie-José Houben, kleindochter van de bouwheer Peter Schunck, vertelde het onderstaande verhaal.
Leo Dohmen, kleinzoon van Peter Schunck en zoon van Christine Dohmen-Schunck, heeft enkele aanvullingen op de uitgesproken tekst gegeven. Deze zijn hieronder verwerkt.

Voorgeschiedenis
Meer Glaspaleis
www :
www.archined.nl/: Een nieuw leven voor het glaspaleis
Glaspaleis in bronnen (rijckheyt.nl)
http://en.wikipedia.org/wiki/Glaspaleis
http://nl.wikipedia.org/wiki/Glaspaleis
http://de.wikipedia.org/wiki/Glaspaleis
http://www.architectuur.org/peutz01.php

door Marie-José Houben op de familie reünie 16 mei 2015,
met aanvullingen van Leo Dohmen

naar boven

Afbeelding: Schunckvestigingen in Heerlen
Bouwplaats Glaspaleis   St. Pancratius

naar boven
Inleiding

Ik ben Marie-José Houben, kleindochter van Peter en Christine Schunck en dochter van Nolda Schunck.

Ik zal iets vertellen over 80 jaar glaspaleis. 80 jaar geleden heeft mijn opa dit prachtige gebouw hier gerealiseerd. Dit gebouw kent zijn ups en downs, maar ik zal eerst iets vertellen over de aanloop en de reden waarom mijn opa dit gebouw hier wilde bouwen.

Elders op deze site vindt u meer over de voorgeschiedenis:
De weverij Schunck in Kettenis.
24-08-1874 Arnold en Anna Schunck-Küppers beginnen in Heerlen.

naar boven
Bouw

Ondanks de crisis in de jaren dertig bleef de goederenomzet stijgen en werd de winkel aan het Kerkplein te klein. Daarbij drong het gemeentebestuur aan op nieuwbouw. Zij ergerden zich aan het „vuile hoekje“ , terrein op het marktplein hetgeen eigendom van Schunck was. Nadat in 1932 een schutting was omgewaaid kwam de gemeente met een ultimatum. „Bouwen of de grond onteigenen“. Het werd bouwen: flink groot en hoog. Mijn opa had een overdekt marktplein met een zee van licht voor ogen. Samen met architect ir. Peutz, dochter Christine Dohmen-Schunck en de directeur Publieke Werken, de Heer van de Ven reisden ze warenhuizen in Europa af en zagen een voorbeeld in Nantes. Hier was in 1932 warenhuis Les Grand Magasins Decré geopend. Dit art deco gebouw zou als voorbeeld staan voor architect Frits Peutz. In 1943 werd Decré verwoest in een bombardement.


Warenhuis Decré, Nantes
In 1943 gebombardeerd.

Het was echter zoals ik zei in crisistijd. In verband met een mijnkwestie bezocht minister Verschuur Heerlen en sprak de historische woorden „Slechts een gek kan in zo’n depressie zo’n gebouw neerzetten. Het is een waaghalzerige onderneming“.

Voor de bouw moest een aantal problemen overwonnen worden.

  1. De ruimte moest zo goed mogelijk benut worden omdat het eigenlijk voor zo’n groot gebouw wat men voor ogen had te klein was.
  2. De grond waarop gebouwd zou worden was drijfzand en resten van een fortificatie. Het gebouw staat thans op een kiezellaag die met cement geïnjecteerd is. Daarbovenop kwam een funderingsplaat van 50 cm dik. De karakteristieke paddenstoel-kolommen dragen het gebouw, de wanden dragen niets. Hoe hoger in het pand, hoe dunner de kolommen zijn uitgevoerd.
  3. Door het vele glas is de kans dat het gebouw in de zomer een broeikas wordt, groot. Door de grote massa beton en ijzer die gebruikt zijn kon de warmte en koude zich ophopen. Verder was er een ingenieus ventilatiesysteem waarbij de warmte langs het glas kon opstijgen. De glazen wand staat nl. een halve meter van de vloeren af. Aan de zonzijde zitten op het dak luiken waardoor de verhitte lucht kan ontsnappen. In de winter laat het glas veel minder kou door dan dat het geval met een stenen wand zou zijn.

Het gebouw was indertijd het revolutionair zeker de gestapelde markt waar étages niet alleen met een monumentale trap maar ook met liften bereikbaar waren. Het was bovendien op de Pancratiuskerk na het hoogste gebouw van Heerlen.

Op de daktuin waar mijn opa en oma woonden was voorzien dat op de 6e étage bijna ieder kind een eigen slaapkamer had. Vanuit de ronde erker kon je zo op de markt kijken.

naar boven
1940-1964


 Glaspaleis in de oorlog, interieur

Driemaal werd het gebouw in de oorlog getroffen. Glas eruit, glas erin. Op 9-8-1940 diende mijn opa een verzoekschrift in aan B en W om een tegemoetkoming in kosten te krijgen omdat er luchtbeschermingspersoneel in het gebouw gestationeerd was en deze gebruik maakte van faciliteiten.

Het glaspaleis werd het hoofdkwartier van de generaals Patton en Simpson en van Franse maquistroepen.


 Glaspaleis in de oorlog, na het
bombardement op 1 januari 1945

Deze foto laat het bombardement op 1 januari 1945 zien. Mijn moeder vertelde dat het glas een meter hoog voor de deur lag. Vanwege de centale ligging had het glaspaleis de sirene die de bevolking van Heerlen in de oorlog waarschuwde bij onraad. Opa en Oma schuilden dan met kinderen en schoonkinderen in de 2e kelder totdat het weer veilg was. Peter Schunck (kleinzoon) vertelde dat ze op het dak met de hele familie stonden te kijken toen Aken aan het eind van de oorlog brandde. Als dank dat het glaspaleis ongeschonden de oorlog overleefd heeft, schonk Christine Dohmen-Schunck een Maria beeldje van de beeldhouwer Charles Vos, welke boven de ingang Pancratiusplein de St.Pancratiuskerk siert.

In september 1949 bestond de zaak Schunck 75 jaar. Dit werd met het personeel groots gevierd. Op de uitnodiging zie je de toename van personeel in de loop der jaren. (zie foto’s uitnodiging 1949)

Het ging goed met de zaken. Zo opende in 1954 aan de Rijksweg-zuid in Geleen een filiaal en kon men naderhand de zaken Wassen in Amsterdam Rotterdam en Den Haag overnemen Dit was hoofdzakelijk te danken aan de bloei van de mijnen. DoordatSchunck goed wist in te spelen op de behoeftes van de mijnwerkers kon men rondom het glaspaleis onroerend goed vergaren. In de N.V. A.Schunck kregen de kinderen allen een gelijk aantal aandelen.

Peter Schunck overlijdt in 1960. Besloten wordt dat Christine Dohmen-Schunck met haar gezin op de daktuin mag komen wonen. Er ontstaat het plan om het glaspaleis in zuidelijke richting (voormalig Emmaplein, nu Pancratiusplein) uit te breiden met eenzelfde glaspaleis. Toenmalig burgemeester van Rooy gaf geen toestemming en Heerlen ontwikkelde het zgn. Pleinenplan. Dit plan zou de kerk ontmantelen met bijna alle onroerend goed dat Schunck had, buiten het glaspaleis. In ruil daarvoor werd een perceel aan de Honigmanstraat/Dautzenbergstraat/Promenade aangeboden waar wederom een fraai winkelpand van 4 verdiepingen met kelder en roltrappen werd neergezet.

In 1964 worden de winkelactiviteiten verhuisd naar de promenade. Helaas sterft Frans Dohmen in 1966 vrij plotseling. De zaak had toen incl. de filialen 600 personeelsleden in dienst. Mevr. Dohmen nam zijn taak over samen met de reeds bestaande dagelijkse leiding en daarbij de opvoeding van haar 6 kinderen

naar boven
1964-1997

In 1965 kondigt Joop den Uyl als minister van economische zaken de mijnsluiting in Nederland aan.
In die tijd bestaat de directie uit zoon Leo Schunck, Christine Dohmen-Schunck en Frans Dohmen (adjunct en belast met personeelszaken). De zaak Schunck
bevond zich direct hierna in een neerwaartse spiraal qua omzet. Voor de aandeelhouders een moeilijk te aanvaarden ontwikkeling die haar hoogtepunt bereikte in het voorjaar van 1972. Zoon Leo Schunck en dochter Christine Dohmen-Schunck zagen zich als toenmalige directie genoodzaakt om kapitaal te vergaren om aandeelhouders uit te betalen en de exploitatie van de zaak voort te zetten. Natuurlijk was Schunck toen een mogelijke prooi voor de concurrentie (Vroom & Dreesmann). De media wisten dit behoorlijk op te blazen maar achter de schermen had Christine Dohmen-Schunck haar plan. Met hulp van het bijzonder gemotiveerd personeel en de morele steun van de klanten lukte het Mevr. Dohmen-Schunck om dit krediet te vergaren. Een kommissie van drie wijze mannen gaf de doorslag voor een verdere doorstart, waarbij de goedkopere lijn binnen de zaak (de Markthal) werd gegund aan Leo Schunck. De „Wassen-zaken“ werden verkocht. Mevrouw Dohmen-Schunck zou vanaf dan terzijde gestaan worden door de aangetrouwde neef Louis Verleisdonk welke adj.directeur werd en belast werd met de economische planning

In deze periode stelt de investeringsbank als eis dat het glaspaleis verkocht zal moeten worden om de inmiddels Schunck B.V. operationeel te houden. Een vraagprijs die in eerste instantie door de Gemeente Heerlen niet geaccepteerd wordt, maar wel door de Heerlense ondernemer Bep Groenendijk wordt betaald. Hij verbouwt de stalen kozijnen en het transparante glaspaleis verliest daarmee zijn charme en functie. Het wordt verhuurd aan kleine winkels en overheidsafdelingen (VOR en ABP)

De daktuin blijft dan nog het woonhuis van de familie Dohmen-Schunck totdat in 1976 Mevr.Dohmen-Schunck op 69 jarige leeftijd als laatste Schuncktelg het glaspaleis verlaat.

In de jaren 90 dreigde sloop nadat het al een paar jaar leeg stond. Junks en zwervers hadden zich van het gebouw meester gemaakt.

Eind 1993 werd een werkgroep opgericht voor behoud van het gebouw. 4 december 1995 werd het rijksmonument.

naar boven
1997- heden

Pas toen het glaspaleis erkenning kreeg in 1999, kreeg de gemeente belangstelling. Zij kocht het glaspaleis van een belegger uit Denemarken waar het inmiddels aan verkocht was.

Jo Coenen en Wiel Arets kregen de opdracht het Peutzgebouw in zijn meest oorspronkelijke vorm doelmatig gestalte te geven.

Het kwam in 1997 op de Heerlense monumentenlijst en werd in 1999 opgenomen in de Architectuur Top 1000 van de 20 ste eeuw. En dat terwijl het in 1994 nog van de sloop gered is.

Voor € 30 miljoen heeft het glaspaleis een opknapbeurt ondergaan en werd het vernieuwde glaspaleis door de gemeente aangeprezen als „Venster op Cultuur.“

In het gebouw kwam plaats voor de stadsbibliotheek, de muziekschool, filmhuis, architectuurcentrum Vitruvianum , een Grand Café en op de daktuin een restaurant.

De neerwaartse spiraal van de jaren 60-90 was nu gekeerd en men ziet nu een toonaangevend gebouw, dat genomineerd wordt als werelderfgoed van de Unesco.

Het is bijzonder jammer dat de woning gevestigd op de 5e en 6e étage is opgeofferd aan de filmzaal waar we nu zijn, en dat de monumentale gang, de privé lift en de toiletten hiervoor zijn opgeofferd. Geen van de slaapkamers bestaat nog. Alleen de machinekamer voor de liften is nog bewaard gebleven. In het restaurant is gelukkig ook de erker en de wenteltrap nog te zien.

De naam Schunck is in 2009 weer op het gebouw gekomen. Het biedt tegenwoordig onderdak aan SCHUNCK* en is een levend bedrijf met veel cultuur, exposities en een prachtig restaurant met een mooi uitzicht over Heerlen.

Ik dank jullie voor de aandacht.
Als jullie nog meer willen lezen: er is veel te vinden bij wikipedia in het engels, maar ook op de nederlandstalige wikipedia




 Het nieuwe Glaspaleis

Aanvulling: In 1995 werd het Glaspaleis tot rijksmonument verklaard. De Union of International Architects plaatste het zelfs op de wereldlijst van topmonumenten uit de vorige eeuw. Die eer viel slechts aan twaalf andere Nederlandse bouwwerken ten deel, waaronder de Beurs van Berlage en de Van Nelle-fabriek.
Op 30 juni 2004 vond de feestelijke opening plaats van het hernieuwde Glaspaleis. Wie nu de monumentale hal via de klapdeuren in glas, ijzer en teakhout betreedt, waant zich zeker niet in de jaren dertig. Het vooroorlogse gebouw oogt gewoon modern, niet meer en niet minder. Want het is tijdloos.

naar boven