MenuPeter Josef Schunck, 1873-1960 text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het NederlandsDiese Seite auf DeutschThis page in EnglishCette page en Français

 

Peter Josef Schunck, 1873-1960

Deze biografie stamt uit de inleiding tot het archief Schunck van Peters zoon Leo. Dit archief werd na diens dood naar het www.rijckheyt.nl overgebracht, waar men een inventarislijst toevoegde, die de onderstaande tekst bevat.
Ook andere personen komen in deze tekst aan bod, zoals zijn voorouders en kinderen, voor zover ze een rol in de zaak speelden. Want dit is een biografie van de zakenman Peter Schunck. De complete tekst vindt u onder ../schunck/ArchiefRijckheyt.php?lang=nl
Uiteraard kunt u dit archief in het Rijckheyt, Coriovallumstraat 9, Heerlen, bezoeken.

Bis 1934
Glaspaleis
De straatkwestie
Regeling
75-jarig jubileum
Filialen
Epiloog

Tot 1934


Peter Schunck
in de stamboom
Peter, geboren 1873 te Hausset Hauset, 38) volgde Johann Arnold op. Hij leidde samen met zijn moeder het bedrijf 39). Hij had als kleuter in 1877 Mgr. Savelberg geleerd wol op klossen te spoelen in de oude handweverij. Peter Joseph zou als schooljongen op één morgen 25 kielen verkocht hebben 40). Behalve Peter werkten eveneens drie zussen in de zaak 41).
De ateliers maakten maatkleding voor de boeren en mijnwerkers. Daarnaast was er de manufacturenafdeling en werd er gebruik gemaakt van thuiswerkers 42). Peter had ook enkele nevenbedrijven. Een mergel- en kalksteenexploitatie te Kunrade, in verband met de cementtekorten tijdens de oorlog, en een bedrijf genaamd Meerssener Kalkwerken 43). Hij exploiteerde een autobusbedrijf, dat in 1908 drie bussen telde 44). Aldus was Schunck de eerste Heerlense busondernemer. Het bedrijf onderhield een dienst met de omliggende dorpen en vervoerde klanten gratis van en naar de zaak. Er was een wasserij te Valkenburg. Met paardentractie werd Maastricht en de Mijnstreek bediend. Na de Eerste Wereldoorlog werden de niet tot de kerntaken behorende nevenbedrijven, die niet altijd even winstgevend bleken te zijn, opgeheven 45). Tenslotte was Peter Joseph aandeelhouder en secretaris van de NV Heerlensche Glasverzekering-Maatschappij 46).
Na de periode van schaarste gedurende de oorlog volgde in 1918 nog eens de devaluatie van de Duitse Reichsmark, waardoor de textiel in Aken vele malen goedkoper was dan in Nederland. Toch wist de firma het hoofd boven water te houden 47). Eind jaren 1920 was de zaak weer winstgevend en wederom een goudmijn, ondanks de concurrentie van V&D en Hollekamp 48). Er werden weer panden aangekocht, waarin nieuwe vestigingen kwamen, zoals in 1929 een afzonderlijke bedden- en tapijtenzaak, nadien Käller-Schunck genaamd 49) (Als Käller-Schunck was deze zaak eigendom van Arnold Käller en zijn echtgenote, Peters dochter Leonie Schunck. Uit deze zaak is de tegenwoordige Hiero voortgekomen. Arnold Schunck) Van deze en de eerder gememoreerde pandaankopen van zijn vader getuigen het stijgen van de verzekeringspremies.


Februari 1904. Mogelijk de laatste foto van Johann Arnold Schunck, de grondlegger van de firma. Naast hem zijn echtgenote Anna Maria Küppers. Achter hem staat Peter Joseph Schunck, zijn opvolger, ongeveer 31 jaar oud. De dames op de foto zijn nog onbekend. Waarschijnlijk betreft het 4 van zijn 5 dochters, Christine, Louise en Anna, Arnoldine en Louise. De twee laatstgenoemde werden kloosterling.
De andere dames op de foto zijn 4 van de 5 dochters. Naast Peter: links Louise, rechts Anna. Naast de ouders: Christine en Maria Josephina Hubertina. Elisabeth was niet aanwezig, omdat ze sinds 13 juli 1903 als zr. Arnoldine bij de Zusters van Liefde in Utrecht was. Maria Josephina Hubertina zou als zr. Emma op 16 aug. 1906 in Brunssum in het klooster St.Josef intreden.
417 - Fa. A.Schunck 50 j. 1874-1924

In 1924 vierde de firma het 50-jarig jubileum. Iedere koper ontving een herinneringscadeau. Een groot portret van de stichter sierde het - voor die gelegenheid vervaardigd - drukwerkje. Foto’s tonen een geweldige bloemenzee in de zaak. De lokale pers besteedde veel aandacht aan het jubileum 50). In de jaren dertig werd besloten de naaiateliers op te heffen en over te gaan tot kant en klare confectie. De Schunckse mode bleek goed, doch ouderwets. Herenconfectie bleef op de voorgrond staan 51).

Glaspaleis

In 1934 vond het 60-jarig bestaansfeest plaats. Ter gelegenheid hiervan werd het personeel en de directie door fotograaf Cohnen vereeuwigd voor de stadsschouwburg 52). Tegelijkertijd kon een nieuw warenhuis gebouwd worden op de plaats van de pandjes, die eigendom waren. Vijf lange jaren van overleg waren voorafgegaan en - na het omwaaien van een schutting van het zogenaamde “Vuile Hoekje” door een storm en de dreiging van een onteigening - werd uiteindelijk overgegaan tot de bouw. Zoon Leo had contact met V&D omtrent kundige architecten. Hij reisde door de VS en Europa om warenhuizen te bekijken, terwijl Peter met Peutz naar o.a. Londen en Nantes gereisd zou zijn, om inspiratie op te doen. Uiteindelijk gingen men in zee met architect Peutz, ter voorkoming van problemen met de toenmalige burgemeester van Grunsven 53). De beruchte straatkwestie speelde ook hier een rol 54).

1935, Opening Glaspaleis
Na een bouwtijd van ongeveer een jaar werd in 1935 het paleis geopend. Door de daling van de ijzerprijs was de bouw aanmerkelijk goedkoper uitgevallen dan aanvankelijk begroot. De opening en receptie trokken meer dan 2000 bezoekers 55). Het personeel schonk een borstbeeld, voorstellende Arnold 56). Het pand werd een opbouw van markten door een glasmantel beschermd tegen het weer 57) (Peters opdracht luidde: „Ontwerp een winkelgebouw dat als een gestapeld marktplein naast de markt staat“. Ga voor meer informatie naar de pagina Glaspaleis op deze site). Heerlen had nu een echt warenhuis, waar van alles te koop was, grootstads, geen gewone dorpsbazaar, waar eveneens alles te koop was. Peter Joseph deelde echter nadrukkelijk mede, dat de zaak een middenstandszaak was, geen warenhuis. Schunck bepaalde zich tot het eigen terrein en begaf zich niet op allerlei vreemd gebied 58). Toch had het pand ook enkele tekortkomingen. Peters echtgenote Christine voorzag terecht, dat het glas voor temperatuurproblemen zou zorgen en niet economisch zou zijn in verband met de vakkenindeling en warenuitstalling 59). Op de vierde verdieping werd voorlopig de kleermakerswerkplaats gehuisvest, terwijl op het dak het woonhuis met daktuin voor Schunck zelve was gerealiseerd 60). Architect Peutz publiceerde in internationale vooraanstaande tijdschriften en plaatste hiermee Heerlen op de architectuurkaart 61).
Ook de landelijke politiek liet zich geringschattend uit. Terwijl in de mijnen de werkweek was teruggebracht tot vier dagen werd er een warenhuis gebouwd: “Slechts een gek in zo’n depressie zo’n gebouw kan neerzetten. Het is een waaghalzerige onderneming”, aldus Minister Verschuur, die toentertijd Heerlen bezocht 62).
In 1939 kocht Peter het gebouw van de Twentsche Bank aan. Schunck had nu het gehele blok in zijn bezit. Hierdoor kon hij zijn 40-jarig plan, een onafhankelijke passage, oftewel verbinding tussen het Emmaplein en de Markt, verwezenlijken 63). (Meer info: zie verder beneden)
In 1941 werd het bedrijfskledingatelier uitgebreid met machinerieën ten behoeve van de broekenafdeling 64). (Lees meer daarover in het interview met Pierre Schunck over zijn verzetsaktiviteiten. Daarin zegt hij o.a.: „In 1941 kwam de vergunning voor produktie van mijnkleding van de firma Schunck te Heerlen in gevaar, als er geen afzonderlijk produktie-apparaat kwam. Ik werd aangezocht om deze organisatie op mij te nemen (mijn feitelijk vak).“ Dat was het begin van SKIL - Schunck's Kleding Industrie Limburg).
Rond 1942 werd besloten het familievermogen veilig te stellen. Om te voorkomen, dat het kapitaal na overlijden van vader (Peter Joseph) verloren zou gaan, stelde men enkele algemene eisen op. Zo diende het vermogen veilig te worden gesteld tegen eventueel wanbeheer; er diende een scheiding te zijn tussen vermogen en prestatie; degene, die met de vader de zaak dreef, zou een goede beloning ontvangen en in de toekomst een zekerheid hebben, de zaak voort te kunnen zetten; de naam Schunck diende elk kind tot hetzelfde voordeel te strekken; ongewenste onderlinge concurrentie diende te worden voorkomen; iedereen diende een kans te hebben, om bij gebleken geschiktheid in de zaak te werken of de zaak te vertegenwoordigen. Vader bleef het heft in handen houden. Naast deze algemene eisen diende men rekening te houden met de huidige situatie. Een onderlinge samenwerking tussen Leo en Pierre Peter Schunck en Arnold Käller werd uitgesloten (Pierre was weliswaar aandeelhouder, maar niet in de directie van de NV A.Schunck). Leo Schunck en Chris Dohmen-Schunck streefden naar een te eigenmachtig optreden zonder controle door familieleden, hetgeen tot spanningen in de directie zou kunnen leiden. Arnold Käller wilde uit onderdelen van Schunck een eigen zaak beginnen. Waarvoor beiden (Leonie & Arnold Käller-Schunck?) een vergunning kregen. In verband met de schaarsheid van materialen door de oorlog werd het plan niet uitgevoerd.

De straatkwestie

Bongerd 1917
Glaspaleis (1935)
St. Pancratius


 A = Verbinding tussen de
   oude zaak en het Glaspaleis
 B = Vroom & Dreesman (zie tekst)
 C = Parapluiewinkel Logister
http://en.wikipedia.org/wiki/Glaspaleis

Hierna nam de gemeente het plan over, om de verbindingsstraat aan te leggen, waarbij Schunck bereid was, een bijdrage in de kosten te leveren. Ook V&D werkte mee aan een eventuele aanleg. Bij de bouw van het pand van V&D (1921) en het Glaspaleis (1935) werd met de komende aanleg van die straat rekening gehouden. Door de firma Schunck werden problemen tussen V&D en de gemeente omtrent het gemeenteriool oftewel het Vlot in den minne geschikt. Op 30 juni 1937 besloot de gemeenteraad een bouwverbod te leggen op de grond, die bestemd was voor de aanleg van de straat. Schunck was nog steeds bereid een geldelijke bijdrage te leveren voor de wegaanleg. Nadien zou blijken, dat in het bouwplan van V&D een passage was opgenomen, zodat B&W geen weg behoefde aan te leggen. V&D nam zelf contact op met Schunck, om in overleg een verbinding te projecteren tussen de te bouwen V&D-passage en de bestaande V&D-passage. In 1939 werd voorkomen, dat de gemeente een strook grond, genaamd Het Vlot, zijnde de toegang tot de passage van Schunck, zou verkopen aan V&D. De gemeente Heerlen streefde uiteindelijk een oplossing na in de richting van een passage in plaats van een weg, vanwege de daaraan verbonden kosten. Van V&D was geen medewerking meer te verwachten, hetgeen duidelijk bleek in 1939 en 1940. Allerlei onderhandelingen van Schunck leidden tot niets. Schunck zelf kreeg de indruk, dat de tegenwerking van V&D pas ontstond na de bouw van het Glaspaleis. Tenslotte vroeg Schunck in zijn bovenvermelde brief uit 1945 of de gemeenteraad genegen was de verbindingsweg te verwezenlijken met een geldelijke bijdrage van Schunck.

Regeling

Peter J.Schunck + Fam
 Het gezin Peter Schunck, Christine
 Cloot en kinderen, omstreeks 1930.
 B: Josephine, Leo, Leonie.
 A: Chris, Lou, Nolda, Peter Schunck,
  Carla, Christine Cloot, Mia, Pierre

Vader wenste een rechtvaardige regeling voor al zijn kinderen. Chris zou vanwege haar verdienste volledige zeggenschap in Geleen krijgen en de opvolging aldaar in eigen macht hebben. Hiertoe werd een NV Geleen opgericht, waarvan zij de aandelen kon kopen met aandelen van de NV Heerlen. Leo zou een onaantastbare levenspositie in de NV te Heerlen krijgen, en een machtspositie, die de opvolging van zijn nakomelingen verzekerde. Pierre, die eerder was teruggetreden om de samenwerking van de directie niet te verstoren, wenste zijn positie van oudste zoon niet verloren te zien gaan voor zijn kinderen en claimde hetzelfde opvolgingsrecht als Leo.
Het probleem Pierre - Leo zou opgelost kunnen worden door de aandelen van vader in de NV Heerlen te certificeren. Uiteindelijk werd een en ander vastgelegd in de akte van Commanditaire Vennootschap (CV), waarbij Leonie Käller-Schunck, Maria Josefine Stahl-Schunck en Peter Joseph (Pierre) Schunck het recht werd verleend toe te treden als vennoot in de CV, indien zij voor 1 januari 1946 een kapitaal gestort hadden 65). Gaat het hier om Peter Joseph (Peter) of Peter Joseph Arnold (Pierre)?
Pierre is blijkbaar geen vennoot geworden. Nog in 1966 verwachtte Leo tegenwerking van hem bij een mogelijke stichting van nieuwe zaak onder de naam Schunck, feitelijk een herhaling van het Käller-probleem uit 1942. De naam Schunck mocht in de mijnstreek niet gebezigd worden door andere familieleden, indien dezelfde artikelen verkocht werden 66). (Leo verwachtte deze tegenstand vooral ook, omdat hij ertegen was geweest, toen Pierre in Maastricht een heren- en jongenskledingzaak onder de naam Schunck Jr. opende. Toen heeft Peter Joseph de knoop doorgehakt: Maastricht lag immers niet in de mijnstreek en was daarom voldoende ver weg. A.S.)
Spaarzame archiefstukken getuigen van activiteiten van Leo gedurende de oorlogstijd en de periode vlak daarna 67) (Ter herinnering: 1] U leest hier de inleiding tot het Archief Schunck, zoals het na Leo's overlijden in zijn huis werd gevonden. 2] Heerlen en omgeving werden in september 1944 bevrijd. A.S.). In juni 1944 werd in een vakblad van de commissie voor meer en beter stukadoorwerk uitvoerig gewag gemaakt van de etalage van Schunck, waarbij gebruik was gemaakt van stucwerk en waarbij de poppen in historische XVIII-eeuwse kledij waren gestoken 68).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Glaspaleis drie maal getroffen. Na de oorlog (d.w.z. na sept. 1944, tot 1945. A.S.) diende het als huisvestinghoofdkwartier voor de generaals Patton en Simpson, een restcenter voor de Amerikanen en de Franse maquis- troepen. Pas na 1945 trad een duidelijke groei op 69). Toch werden al in 1945 pogingen ondernomen, om in Maastricht vaste voet aan de grond te krijgen 70).
In 1946 werd duidelijk, dat uitbreiding van de zaak noodzakelijk was. Hiervoor was het perceel Logister nodig, dat pas in 1960 voor fl. 2.000.000 werd gekocht 71).

75-jarig jubileum

Borstbeeld P.J. Schunck
 Bronzen büste
 van Peter Schunck

In 1949 fungeerde het Glaspaleis weer als winkel. In dat jaar werd het 75-jarig jubileum gevierd. De directie, bestaande uit P. Schunck Sr, L. Schunck en F. Dohmen, pakte behoorlijk uit. Er werd een schitterende folder vervaardigd met goudopdruk en foto’s, waaronder enkele prenten, die bij vorige jubilea gebruikt waren. Peter Schunck werd omschreven als stichter van de nieuwe zaak, terwijl Arnold stichter der firma was.
Het personeel schonk een door Charles Voss vervaardigde bronzen buste van Peter Schunck. Er werd een groot jubileumvuurwerk gehouden, Schunck’s triomfvuurwerk genaamd, bedoeld voor de gehele mijnstreek. Er was plaats voor tienduizenden. De bewaard gebleven telegrammen en gelukwensen geven een goed beeld van de relaties van de firma en van de betrokkenheid van de bevolking bij het gebeuren. Uiteraard besteedde de locale pers een week lang veel aandacht aan het jubileum. Er werkten destijds 300 man personeel 72).

Schunck Geleen
Opening Schunck Geleen 1957

Filialen

In 1953 werd de Markthal geopend, een totaal nieuw concept, een zogenaamd base-department, alwaar de klant door middel van zelfbediening kon kopen 73). In 1954 opende Peter een filiaal te Geleen 74). Foto’s getuigen van de schitterende etalages 75). Tot op hoge leeftijd was hij iedere dag in zijn zaak te vinden 76).

Epiloog

Peter Joseph SCHUNCK
Op 13 juli 1960, 1 jaar na het overlijden van zijn echtgenote stierf Peter Joseph 77). Hij werd een werkzaam en nobel mens genoemd 78). Vanwege zijn prestatie en vooruitziende blik werd Peter in 1961 genaamd “Peter de Grote”. Hij was immers de centrale figuur van het koopcentrum van de Mijnstreek, een durver, ziener, die door het Glaspaleis liet zien, dat Heerlen een grootstad was geworden 79). Hij was een man, die geen buitensporige risico’s nam, aldus Leo in 1964 80). Er werkten op dat moment [1964] totaal 400 medewerkers in het Glaspaleis en in de vestiging te Geleen 81).

38) Elders: Hergenrath, invnr. 468, doodsprentje; Krüll Winkelier Peter Schunck, 127
39) Invnr. 209; invnr. 495, levensbeschrijving
40) Invnr. 3, kranten 75-jarig jubileum
41) Invnr. 495, levensbeschrijving; de zussen staan achterin het kwitantieboek vermeld, invnr. 241
42) Invnr. 495, levensbeschrijving
43) Kalksteengroeve zie invnrs. 289, 300, 307,355; Meerssener Kalkwerken invnr. 307
44) Mogelijk 4 bussen, Heerlen van dorp tot stad, 29; elders: ...3 bussen, gekocht in 1908. In 1912 bestond er een reparatieplaats, Heerlen van dorp tot stad, 96; 4 bussen rond 1924 gekocht, invnr. 3, 75-jarig jubileum; terwijl een zekere Pie Ramaekers in 1914 chauffeur werd op een van de eerste bussen, invnr. 446
45) Invnr. 495, levensbeschrijving
46) Invnr. 660
47) Invnr. 2; Invnr. 3, kranten 75-jarig jubileum;
48) Invnr. 495, levensbeschrijving
49) Invnr. 495, levensbeschrijving
50)
51) Invnr. 495, levensbeschrijving
52) Invnr. 2
53) Invnr. 495, levensbeschrijving; invnr. 3, kranten 75-jarig jubileum.
54) Invnrs. 174, 175, 178. De brief in het laatstgenoemde invnr. van Schunck aan B&W d.d. 22 nov. 1945 geeft een duidelijk resumé van het ontstaan en de ontwikkeling van het geschil. In 1914, doch zeker in 1915 werd door C. Canter en J. Rutten, mogelijk op initiatief van Peter Joseph Schunck, een plan voor de aanleg van een verbindingsweg tussen de Geleenstraat en de Bongerd bedacht,
55) Invnr. 89, krantenartikelen
56) Invnr. 88, foto
57) Invnr. 3, kranten 75-jarig jubileum; Peutz 1936, 63; invnr. 495, levensbeschrijving; invnr. 89, De manufacturier
58) Voor het begrip bazaar en warenhuis zie invnr. 177, V&D-brochure over de opening; mededeling Peter Joseph in invnr. 89, manufacturier
59) Invnr. 495, levensbeschrijving
60) Invnr. 89, De manufacturier
61) Zie de literatuurlijst en invnr. 89
62) Invnr. 3, kranten 75-jarig jubileum
63) Invnr. 155, artikel uit 1939, welk ook de Vlotkwestie beschrijft.
64) Invnr. 148
65) Invnr. 9
66) Invnr. 8, 17
67) Invnrs. 261, 262
68) Opgenomen in invnr. 89 Voor foto’s van de etalages raadplege men de index.
69) Invnr. 209
70) Invnr. 10
71) Invnr. 179
72) Invnr. 2, invnr. 3, kranten 75-jarig jubileum; invnr. 141
73) Invnr. 36, interview 1969
74) Invnr. 188-192
75) Zie m. n. het foto-album invnr. 450
76) Invnr. 12, Tussen de Rails dec. 1961, pg. 32, 33
77) Invnr. 668
78) Invnr. 3, 75-jarig jubileum
79) Invnr. 12, Tussen de Rails dec. 1961, pg. 32, 33
80) Invnr. 137, speech
81) Invnr. 36, interview 1969.