MenuBonaire text, no JavaScript Log in   Deze pagina in het Nederlands Diese Seite auf DeutschThis page in EnglishCette page en FrançaisEsta página em Portuguêsnaar boventerug

Bonaire

Tussen 7 dec. 1973 en 14 jan. 1974 gingen Gerda en Pierre Schunck-Cremers op reis naar Curaçao en Bonaire. Het was niet de eerste keer.


Op Bonaire 1948

In 1948 was eerst Pierre Schunck alleen erheen gegaan om er een confectiebedrijf op te zetten, dat werkkleding zou gaan produceren, vooral voor de olie-industrie van Curaçao, Aruba en Venezuela.

De regionale pers schreef:



1948 Pionierswerk op Bonaire

Heerlenaar verricht pionierswerk in de West
P. Schunck vestigt een kleding-confectiebedrijf

Pierre Schunck schrijft in: „Begin Bonaire“ o.a.:

In 1947 werd de vennootschap v. firma A. Schunck omgezet in een N.V.
Papa had steeds geijverd om mij bij zijn levenswerk te betrekken. Hij kwam naar Valkenburg om Gerda en mij te bewegen, alles opzij te zetten, achter het verleden een streep en een directie-functie in deze N.V. te aanvaarden.
Na overleg met Gerda stemde ik toe, mits geen functie in het commerciële vlak. Papa stelde de personeelsaangelegenheden voor.



Schunck Clothing Bonaire LTD

Briefpapier
Pierre Schunck vervolgt in „Begin Bonaire“:

Het toeval wilde dat een Shell-directeur „Bloemgarten“ naar zijn geboorteplaats Heerlen kwam en bij Papa (Peter J. Schunck) informeerde over een Joodse geloofsgenoot Salm (van wie Papa de Molen had gekocht). Zodoende kwam het gesprek over de Molen en over mij. Bloemgarten bracht Papa op het idee van een vestiging in de Antillen.



Kralendijk vanuit de lucht

Dat was Playa, de hoofdstad van Bonaire. Vergelijk dit eens met het tegenwoordige Kralendijk, zie link

Later volgde het hele gezin. Het was aanvankelijk niet de bedoeling daar te blijven. Pierre hoopte immers op een plaats in de leiding van de N.V. A.Schunck in Heerlen. Daar is niets van gekomen. Hij moest bovendien herhaaldelijk terug naar Bonaire. Tijdens één van die verblijven werd hij een tweede keer vergezeld door vrouw en kinderen. Maar niet alle kinderen konden deze keer mee, omdat daar geen middelbare school was. De 4 ouderen bleven daarom in Nederland, bij "oom Jozef" terwijl de kleinen, inmiddels ook 4, meekwamen. Toen op 30 juni 1954 alweer een kind naar de middelbare school in Nederland moest, bleef Pierre J.A. Schunck met de drie jongsten achter. Op 15 januari 1955 werd het gezin herenigd in de haven van Amsterdam.



Najaar 1953 in de kunuku

In het Papiamento wordt het gebied buiten de bebouwde kom „kunuku“ genoemd. In de slaventijd was het plantage-land, maar nu is het meestal verwilderd. Een deel wordt nog voor privé doeleinden gebruikt. Groentetuintjes, kippen, geiten en dergelijke.

Het hoofdstuk Bonaire was zakelijk geen succes. Maar het eiland heeft er zeer van geprofiteerd. Na de oorlog ontbraken er vele mannen, daaronder 34 Bonairiaanse soldaten (meer dan van de andere eilanden van de toenmalige Nederlandse Antillen). Door te weinig werkgelegenheid op het eiland zelf waren altijd al vele mannen van Bonaire zeeman geworden. Duitse onderzeeërs hebben ook geprobeerd om de scheepvaart rondom de raffinaderijen van Aruba en Curaçao uit te schakelen en daarmee de vliegtuigbrandstof-productie te elimineren. Tijdens deze gevechten zijn ook schepen betrokken geraakt die een Bonairiaanse bemanning hadden.
Er was enige scheepsbouw, waar de traditionele barken werden gebouwd, en een weinig intensieve zoutwinning. Zo was het een grote uitkomst, dat een bedrijf naar Bonaire kwam, dat juist aan vrouwen werk zou gaan bieden en ze zelf ook daarvoor zou opleiden. Een gevolg van die vestiging was ook, dat de stroomvoorziening aanzienlijk werd verbeterd. Pierre Schunck schrijft hierover:

De enige handicaps voor onze vestiging aldaar waren: het gemis aan een geschikt gebouw en een elektriciteitsvoorziening overdag. Een elektrische centrale was aanwezig, welke door een particuliere maatschappij geëxploiteerd werd. Technisch was deze centrale in staat ons van elektriciteit te voorzien, doch zij kon niet rendabel voor één bedrijf werken. Het Gouvernement zegde ons bij monde van Zijne Ex. Gouverneur Dr. P. Kasteel toe om deze centrale een deficiet-garantie te geven bij levering van dagstroom zulks omwille van het economisch aspect, welke vestiging van klein-industrieën voor Bonaire biedt. Deze toezegging is verstrekt in een supplement van de begroting 1948 via het gebiedsdeel Curaçao

Terug



Fabriek 25 jaar 1

Bezoek aan Bonaire
tijdens Curaçaoreis 7 dec. 1973 tot 14 jan. 1974
25 jarig bestaan der fabriek, gevierd met oud-personeel (barbecue door hun aangeboden)

1973-74
Aankomst op luchthaven, ontvangstcommissie v. personeel

De reizen omstreeks de jaarwisseling 1973-1974 en in februari 1984 naar Bonaire hebben getoond, dat deze twee pioniers niet vergeten waren. Dat moge ook uit dit fotoalbum blijken
Inmiddels was het eiland volledig veranderd. Het toerisme had welvaart gebracht. Maar men wist nog goed, wie de eerste voorzichtige aanzet tot die welvaart had gegeven.

  .
                    Verslag van de tot nu toe
                    verrichte werkzaamheden.
                    -------------------------
Gebouw
Half Maart is begonnen met de bouwwerkzaamheden. Er is geplaatst een
gebouw van 386 m² oppervlakte. Van het Gouvernement is in erfpacht ver-
kregen 900 m². Het terrein rondom het geheel geäsphalteerd.
(Het gebouw met terrein is getaxeerd op Cur.fl. 22.975,— door een be-
edigd taxateur. Door in eigen beheer te bouwen en de materialen zeer
zuinig in te kopen hebben wij kans gezien om dit gebouw tegen een uit-
gave van Cur.fl. 16.584,16 te plaatsen. De balans per 15 Juli wijst
uit een kapitaal van Cur.fl. 61.876‚47)

Personeel
Tijdens het plaatsen van het gebouw is door de technisch bedrijfsleider
in een woning een school geopend, welke de meisjes onderwees in het vak
van confectienaaister. Dit onderwijs is gratis gegeven, loon werd niet
betaald. Het materiaal werd door de leerlingen zelf meegebracht. Voordat
wij gingen investeren diende nl. een onderzoek ingesteld te worden naar
de geschiktheid van de Bonaireaanse vrouwelijke jeugd voor het vak van
industrienaaister. Dit onderzoek is als volgt gegaan:
a. Besprekingen met de onderwijzeressen van de scholen, waar naai-onderwijs
gegeven wordt. Bezichtiging van de aldaar vervaardigde producten. De
vrouwelijke bewoners van de Antillen hebben een Amerikaanse faam wat
betreft naaldwerken. Bekend is de Sabaanse kant.
b. Om zelf ervaring op te doen met deze naaisters heeft de technisch be-
drijfsleider onmiddellijk na aankomst een naaicursus geopend, waaraan
de Bonaireaanse vrouwelijke jeugd gratis kon deelnemen. Deze cursus volg-
de het leerprogramma van ons Ned. bedrijf voor opleiding tot confectie-
naaister. De meisjes leerden industriemachines kennen en bedienen op
proeflapjes. Leerden snelheid op de machine bereiken op papier en mochten
bij beeindiging van de cursus uit eigen materiaal kledingstukken
voor zichzelf vervaardigen.  Deze naaicursussen behoorden tot ons reseach-
program. De aanleg van de meisjes is verbluffend goed gebleken. Van
elke cursus werden een paar meisjes vast aan het bedrijf verbonden, waar-
door wij langs practische weg tot een personeelsselectie gekomen zijn,
voordat de productie een aanvang nam. De instructies worden in de Ned.
taal  gegeven, die door de jonge bevolking behoorlijk verstaan wordt.
Met de onderwijskrachten en het plaatselijk arbeidsbureau is bij de perso-
neelsselectie eng samengewerkt, alsook met de keuze van de leerlingen
voor de naaischool. Bij het plaatselijk arbeidsbureau vinden geregeld
inschrijvingen plaats van sollicitanten voor onze industrie, zodat wij
steeds de keuze hebben uit een lange wachtlijst. (Per 1 Aug. bestond
de wachtlijst uit meer dan 300 namen.)
Krachtvoorziening.
Onze keuze is op het eiland Bonaire gevallen door suggestie van het De-
partement van Economische en Sociale Zaken op Curaçao en de toezegging
van steun van de toenmalige Gouverneur Dr. P. Kasteel. De autoriteiten
van Curaçao hadden de volgende motieven om ons te wijzen op Bonaire.
Het eiland is noodlijdend en een vrij grote passiefpost op de curaçaose
begroting. De vrouwelijke bevolking tracht werk te vinden op Curaçao en
Aruba en staat daar bloot aan morele gevaren, die voor het Gouvernement
moeilijkheden ten gevolge kunnen hebben. De motieven waarom wij ingingen
op da suggestie van het Curaçaose Gouvernement zijn:  Op Bonaire zijn:
Ruimere arbeidsmarkt van vrouwelijk personeel, veel lagere looneisen en
grotere arbeidswil dan op Curaçao, behoorlijke luchtverbindingen via de
K.L.M. (dagelijkse dienst), goedkope vrachttariven naar Curaçao en ge-
regelde verbinding met schoeners naar de haven van Curaçao.

naar boven

Veel meer foto’s: Bonaire
Zie ook de albums Schunck-Cremers, Verzet en Wasserij