Gesneuvelden van het verzet in Nederlands Limburg
Menu text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het NederlandsDiese Seite auf DeutschThis page in English - ssssCette page en FrançaisEsta página em Portuguêsnaar boventerug
 

Gesneuvelden van het verzet in Nederlands Limburg

vorigebackvolgende

Verzetsvrouwen


J. Howard Miller "We Can Do It!" 1942 USA World War II homefront poster

De dodelijke slachtoffers bij het verzet waren bijna allemaal mannen. Maar dat wil niet zeggen, dat de Limburgse vrouwen zich afzijdig hebben gehouden Werd er een echtpaar gearresteerd, dan kwam de vrouw in de meeste gevallen weer vrij, omdat de bezetters ervan uitgingen, dat ze alleen geen gevaar meer kon opleveren. Een van de ontelbare voorbeelden waren Harry Miltenburg en zijn vrouw. Haar naam wordt natuurlijk nergens genoemd, want toen werd nog meer dan tegenwoordig gedacht: „ACHTER iedere succesvolle man staat een flinke vrouw.“. Dat was inderdaad ook bij het verzet vaak het geval. Na de oorlog kregen dan ook meestal de mannen de lintjes en andere erkenning voor hun heldendaden. De heldendaden van de vrouwen verrichtten zij vooral achter hun man. Maar zij kookten niet alleen voor de onderduikers of brachten hun te eten onderin de kinderwagen, zoals dat de vrouw van Coen Grotaers deed, hoewel ook dat al gevaarlijk genoeg was. Maar zij bleven meestal achter hun mannen in hun „dienende rol“.
Een uitzondering op die regel waren de koeriers van het verzet. Dat waren natuurlijk mensen die zich onopvallend moesten kunnen verplaatsen, bijvoorbeeld beroepschauffeurs of anderen, die voor hun werk iedere dag op weg waren. Nadat steeds meer bleek, dat de onopvallendste koeriers juist vrouwen per fiets waren, die werden aangezien voor een „huisvrouw met boodschappentassen“ en die niet gezocht werden voor slavenwerk in Duitsland, namen die de taak met succes over. Want ook bij de koeriers waren meer mannelijke doden te betreuren. Zij werden eerder gecontroleerd, ook omdat het niet in het denken van de nazi’s paste, dat een vrouw verzet pleegde.
Maar ze hadden niet allemaal zoveel geluk, te worden onderschat, zoals de onderstaande lijst aantoont.

Verzetsvrouwen – 15 pers.   ⇒Alle Limburgse gesneuvelden
Assen-Grolleman, van
Berendje
∗ 1894-03-29
Hasselt (Ov)
† 1945-02-18
Ravensbrück
- Maastricht - L.O. - pers - Berendje Grolleman (Berendina van Assen-Grolleman) en haar man Derk van Assen, waren vrijwel vanaf het begin van de Duitse bezetting bezig met verzet in Maastricht: hulp aan joden en geallieerde vliegeniers bij hun vlucht naar het zuiden. Zij waren actief bij de verspreiding van clandestiene bladen zoals Vrij Nederland en Trouw en bij de oprichting van de L.O. in Maastricht. Als gevolg van infiltratie en verraad werden zij op 24 juli 1943 gearresteerd in hun huis aan de Cannerweg 124A, beschuldigd onder meer van het huisvesten van een Joods echtpaar. Na een tijdelijke opsluiting in kamp Vught werd Berendje zonder vorm van proces gedeporteerd naar het concentratiekamp Ravensbrück in Duitsland. Op 18 februari 1945 overleed zij aan uitputting, onder erbarmelijke omstandigheden. De plaats van haar laatste rustplaats is niet bekend.
Het was een gemis dat de echtgenote van Derk van Assen niet genoemd werd bij het herdenkingskruis in de Schadijkse bossen in Meterik. Haar aandeel in het verzet, samen met haar man Derk, is een gedeelde heldendaad.
muur: links, regel 29-03
Bode, de
Nelly Adriana Jeannette
Nelly
∗ 1905-09-07
Heer
† 1944-01-16
Vught
- Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel. - Maastricht - ongeorganiseerd verzet - Nelly de Bode is geboren in Heer (nu gemeente Maastricht). Zij woonde in Rotterdam en werkte op het G.A.B. (Gemeentelijk Arbeidsbureau). Zij hielp onderduikers. Dit kwam aan het licht, omdat zij haar persoonsbewijs aan een joodse buurvrouw had gegeven. [1]
Zij werd gearresteerd en op 17 december 1943 overgebracht naar het concentratiekamp Vught, waar ze in barak 23b verbleef onder gevangenennummer 0679. Zij werd slachtoffer van het „Bunkerdrama“ [2]: Als strafmaatregel werden zij en 73 andere vrouwen in een 2,27 meter brede, 4,12 meter lange en 2,35 meter hoge cel 115 geperst, omdat ze tegen een verraadster waren opgetreden en moesten daar de nacht doorbrengen. Die strafcellen werden de bunker genoemd. De volgende morgen waren tien vrouwen dood, daaronder Nelly. Zie de slachtofferlijst. [3]
Zij werden gecremeerd in het concentratiekamp en hun as ligt er in de zogeheten asputten, die het graf voor velen zijn geworden. [4]
Ook de website van kamp Vught vertelt haar geschiedenis en geeft bovendien een literatuurlijst. [6]

  1. tracesofwar.nl Nelly de Bode
  2. Wikipedia Bunkerdrama (NL)Bunkertragödie (DE)Bunker Tragedy (EN)
  3. oorlogsgravenstichting.nl Slachtofferlijst bunkerdrama
  4. Asputten kamp Vught
  5. https://oorlogsgravenstichting.nl/personen/15421/nelly-adriana-jeannette-de-bode
  6. https://www.nmkampvught.nl/ontdekken/het-verhaal/vermoord-in-vught/bode-nelly-adriana-jeannette-de/
  7. Digital Monument

  8. Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.-
Förster,
Maria Anna Clara
Mies
∗ 1915-11-16
Helmond
† 1945-03-18
Heerlen
- Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel. - Heerlen - L.O. - - Verpleegster, assistente van de keuringsarts van het gemeentelijk arbeidsbureau in Heerlen. „Zij behoedde talrijke goedgekeurde personen voor uitzending naar Duitsland door op grote schaal medische attesten te veranderen en zelf afkeuringsbewijzen te ondertekenen.“ [1]
Ze vervalste „de handtekening van de uit Kerkrade afkomstige dokter Winters. Winters was een NSB’er die vrijwel iedereen die door hem gezien werd goedkeurde voor dwangarbeid in nazi-Duitsland.“. Ze werkte onder meer samen met de vakbondsman Jan Maenen, die mensen „behandelde“ met een middel, dat eczeem veroorzaakte. Mies Förster zorgde dan voor een vlekkeloze afkeuring. [2]
Volgens De Nieuwe Mijnstreek [3] heeft ze honderden jongens uit handen van de vijand werden gered.Zij werd door een N.S.B. collega in opdracht van de SiPo Maastricht in de gaten gehouden en moest in 1943 onderduiken. „Haar opvolgster, mejuffrouw M.A.P. Duysens, zette de activiteiten van Förster voort.“ [1] Hun collega’s in Venlo en Roermond deden hetzelfde.
Zij verrichtte ook koerierdiensten. Als gevolg van haar verzetswerkzaamheden heeft ze een ernstige ziekte opgelopen waar ze op 18 maart 1945 aan is bezweken. [4].

  1. Cammaert, Het Verborgen Front - Hoofdstuk VIb, De landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers p. 659
  2. Marcel Krutzen, Mies Förster (1915-1945) Verpleegster in oorlogstijd Land van Herle 2018-1, p. 30
  3. Verpleegster van het Vaderland. In Memoriam: Maria Anna Clara Förster artikel in De Nieuwe Mijnstreek, 23 maart 1945
  4. Brabantse Gesneuvelden
  5. Gemeentelijke Begraafplaats te Heerlen, R.K. 2 292
  6. https://oorlogsgravenstichting.nl/persoon/43169/maria-anna-clara-forster
  7. Digital Monument

  8. Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.04-11
Jans,
Katie
∗ 1923-07-24
Venlo
† 1945-01-06
Venlo
- Venlo - L.O. - - Ordedienst - onderduiker - Zij was een dochter van reserve-generaal-majoor Jacobus Jans, de commandant van de Ordedienst in Limburg, en de zus van diens opvolger Leo Jans. Die werd gearresteerd en door een groep Venlose verzetsmensen weer uit zijn cel gehaald. Als wraak daarvoor werden zijn zussen Trees en Katie opgepakt. Na enkele dagen van „ondervraging“ over de verblijfplaatsen van hun broer en vader werden de meisjes vrijgelaten. Katie is als gevolg daarvan overleden in het ziekenhuis Venlo „tengevolge van oorlogsgeweld“ (Gemeentearchief Venlo)
muur: rechts, regel 29-01
Pijnacker Hordijk,
Anna
∗ 1881-06-11
Maastricht
† 1944-01-24
Ravensbruck
- Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel. - Maastricht - Anna Geertruida Adelheid was dochter van ds. Arij Pijnacker Hordijk en Alida Margaretha Theodora de Ridder. Zij was getrouwd met Matthias Adriaan Snoeck. Zus van ds. Adriaan Nicolaas Pijnacker Hordijk en ds. Herbert Jacobus Pijnacker Hordijk. Dus een echte theologenfamilie.(https://www.geni.com/people/Anna-Geertruida-Adelheid-Pijnacker-Hordijk/6000000039669585373) Zij verleende hulp aan Britse piloten van neergestorte vliegtuigen. Op 10 april 1942 werd zij gearresteerd. Waarschijnlijk is zij een van de eerste Nederlandse vrouwen, die opgepakt werden wegens hulp aan geallieerde piloten. Tot ongeveer 20 juni 1942 zat zij opgesloten in het Oranjehotel te Scheveningen. Via Utrecht en Vught is zij naar het beruchte Duitse concentratiekamp voor vrouwen KZ Ravensbrück gedeporteerd, waar zij op 25 januari 1944 omkwam door ondervoeding. Na haar zou de Nijmeegse verzetsvrouw Johanna Brendel-Jansen ook nog in KZ Ravensbrück omkomen in november 1944. Zes andere opgepakte vrouwen uit Nijmegen en Groesbeek hebben Ravensbrück overleefd (https://www.oorlogsdodennijmegen.nl/persoon/snoeck-pijnacker%20hordijk/89b2fd88-476d-4a08-b3fc-ff9fce73db0d Oorlogsdoden Nijmegen 1940 - 1945) https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_geslachten_in_Nederland%27s_Patriciaat
Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.-
Pulskens,
Jacoba Maria
Tante Coba
∗ 1884-05-26
Tilburg
† 1945-03-17
Ravensbrück
- Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel. - L.O. - De buitenrand van Limburg - Coba Pulskens verborg enkele Joodse onderduikers, geallieerde piloten en verzetsmensen, werd gearresteerd en via Haaren naar Vught overgebracht. Met de ontruiming van Vught, begin september 1944, werd zij overgebracht naar het concentratiekamp voor vrouwen in Ravensbrück, waar zij in februari 1945 overleed.[1]
Documenten Coba Pulskens vindt u online bij het Regionaal Archief Tilburg [2]

De dood van tante Coba [4]
Tante Coba, werd op 26 mei 1884 geboren op Korvel. Nadat ze daar ‘bij de nonnen’ de huishoudschool had gevolgd, vertrok ze voor enige tijd naar Antwerpen. Na terugkeer in Tilburg, werkt ze als poetsvrouw bij Publieke Werken en woonde ze in de Diepenstraat.
In 1942 kreeg Coba het verzoek vanuit het verzet in Limburg om onderduikers op te nemen: leden van het verzet die een tijdje moesten onderduiken, maar ook joodse mensen. Na een periode met onderduikers werd Coba’s huis een van de doorgangsadressen waar geallieerde piloten tijdelijk ondergebracht werden op hun vluchtroute naar België en uiteindelijk naar Engeland.
Op 9 juli 1944 waren er in het huis van Coba Pulskens drie daarvan aanwezig, J.C. Nott uit Australië, de Engelsman Ronald Walker, en de Canadees Roy Carter. Op diezelfde dag zouden nog twee andere geallieerde piloten door verzetsmensen van buiten Tilburg bij Coba worden afgeleverd. Zover is het echter niet gekomen.
Door een tragisch toeval werd de auto met daarin de twee nieuwe piloten en drie verzetsmensen door de Duitsers aangehouden. Op een briefje vonden de Duitsers het adres in de Diepenstraat in Tilburg, waar ze rond half twaalf in de morgen een inval deden. Daarbij werden de geallieerde piloten gedood. Coba wordt gevangen genomen en is in februari 1945 in het concentratiekamp Ravensbrück om het leven gebracht.

  1. oorlogsbronnen.nl
  2. Regionaal Archief Tilburg
    documenten-coba-pulskens-online
    Adres: Kazernehof 75, 5017 EV, Tilburg
    013 549 45 70
    https://www.regionaalarchieftilburg.nl
    info@regionaalarchieftilburg.nl
  3. Provinciaal Gedenkteken De Brabantse Soldaat in Waalre
  4. https://oorlogsgravenstichting.nl/persoon/124111/jacoba-maria-pulskens
  5. Digital Monument

  6. Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.03-09
Rohling ,
Francisca
∗ 1875-01-18
Dokkum
† 1945-03-27
Maastricht
- Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel. - Maastricht - Herman Joseph Frederik Brinkman en zijn echtgenote Francisca Alberta Maria Rohling stonden op het moment van hun overlijden ingeschreven in het bevolkingsregister van Roermond. Het zijn dus oorlogsslachtoffers van Roermond. Alleen Francisca Alberta Maria Rohling heeft een connectie met Maastricht, omdat zij op 27 maart 1945 overleden is in een van de repatriëringsziekenhuizen in Maastricht.
In het boek ‘Het verborgen front’ van APM Cammaert valt het volgende over hen (en hun daden) te lezen: “Vanaf september 1944 tot 12 januari 1945 verscheen in Roermond ‘De Postduif’, een op een schrijfmachine vervaardigd krantje met nieuws over de geallieerde opmars, overgenomen van de BBC en radio Oranje. De makers wilden de in kelders levende bevolking van Roermond zo goed mogelijk op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen aan de fronten. ‘De Postduif’ kwam elke dag uit in een oplage van circa zestig stuks. Tot de makers en verspreiders behoorden de 70-jarige notaris HJF Brinkman, zijn dochter SMAJ de Puniet de Parry-Brinkman, A Raupp, ir. Schlösser en de Haagse onderduiker D Steenmeyer. Het echtpaar Van Leeuwen typte het blad in de woning van de begin mei 1943 terechtgestelde illegale werker MAM Bouman.
Op 12 januari 1945 troffen Duitse militairen een exemplaar van de ‘Postduif’ aan in de woning van Brinkman. De bejaarde notaris, zijn echtgenote F. Brinkman-Rohling en hun dochter werden hechtenis genomen en opgesloten in de gevangenis van Keulen. Daar ondergingen ze een zeer slechte behandeling. H. Brinkman overleed er op 5 maart 1945 en zijn dochter vijf dagen later. Mevrouw Brinkman kwam de doorstane ontberingen niet meer te boven. Zij stierf in maart 1945 in het ziekenhuis van Maastricht.”
Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.-
Schoenmaeckers /-makers,
Hélène
Lèneke
∗ 1894-07-03
Kapelhof-Rekem (B)
† 1945-07-11
Sankt Gallen (CH)
- Amby - vroeg verzet - Groep Erkens -

Ceremonie struikelsteentjes

Marie Clotilde Hélène Schoenmaeckers kwam uit een echt verzetsgezin. Ook haar zus Adèle en haar broer Paul met zijn zoons waren nauw betrokken bij het verzet. Ze was ongetrouwd en deed vrijwilligerswerk. De moeder van Hélène, Pauline de Rosen was bevriend met het echtpaar De Liedekerke in Eijsden. Omdat zij goed Frans spraken, werden Hélène en haar zus Adèle door graaf De Liedekerke om hulp gevraagd bij de opvang van Franstalige ontvluchte krijgsgevangenen. Daar kwam hulp aan andere vluchtelingen bij. Onder andere met hulp van hun broer Paul, die sinds zijn huwelijk weer in België woonde en die lid was van de Komeetlijn. De vluchtelingen werden naar Belgie gebracht, ofwel via Eijsden ofwel van Borgharen (NL) naar Smeermaas (B) over de Maas. Hélène en Adèle werden gearresteerd in hun ouderlijk huis, de Withuishof in Amby op 5 november 1942. Adèle werd de volgende dag vrijgelaten. Lèneke zat in Ravensbrück, overleden vlak na haar bevrijding in een sanatorium in Zwitserland, doodsoorzaak waren de geleden ontberingen.


muur: links, regel 01-02
Smeets-Hendrickx,
Jacqueline Henrica
(Tante) Jacquelien
∗ 1892-02-25
Melick en Herkenbosc
† 1945-02-19
KZ Ravensbrück
- Roermond - L.O. - Een van de weinige vrouwelijke slachtoffers bij het verzet. „Gearresteerd op 10 augustus 1944 i.v.m. huisvesting v. Joden“ (Het grote gebod, p. 325) Café-/hoteleigenaar, ook genoemd verzetsvrouw van de Kapel in ’t Zand (wijk van Roermond).
Staat vermeld op het Oorlogsmonument Roermond.
muur: rechts, regel 10-04
Soree,
Hubertina
Bertha
∗ 1906-06-04
Venlo
† 1944-11-03
Venlo
- Venlo - L.O. - - Hubertina Johanna Elisabeth Soree woonde in de Rummerstraat 30 te Venlo. In het Dodenboek Venlo (zie link hieronder, historie.venlo.nl) schrijft Hay Goertz: „Bertha was tijdens de oorlog actief in het verzet in Venlo waarbij haar voornaamste taak bestond uit koerierswerk en het helpen van onderduikers met levensmiddelen enz. Ze was ook Rode Kruishelpster en verleende hulp na de bombardementen. Ze droeg meestal haar Rode Kruis uniform waardoor ze minder kans had op controles en haar fiets mocht houden.
Op 3 november 1944 was ze met de fiets op weg van het slachthuis naar onderduikers in Velden om daar een portie vlees te bezorgen. Op de Vleesstraat werd ze overvallen door een bombardement waarbij ze dodelijk werd getroffen. Die vrijdagmiddag om half vier vielen in Venlo 46 dodelijke slachtoffers. Bertha was vrijgezel en woonde bij haar moeder die al jong weduwe werd en hertrouwde met de heer W. van Keeken. Ze woonde in het hoge huis Hogeweg 306. (vroeger was dit de Rummerstraat). Bertha werkte bij de lampenfabriek Pope in de huishoudelijke dienst, vooral op de verbandkamer.“ Venlo was in die tijd frontstad en werd zwaar toegetakeld.
muur: rechts, regel 30-02
Tripels,
Jenny
∗ 1883-07-21
Maastricht
† 1945-02-06
Ravensbrück
- Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel. - Maastricht - België - Jenny Emma Félicie Tripels was een Nederlands lid van het Belgisch verzet in de Tweede Wereldoorlog.
Zij leerde tijdens de Eerste Wereldoorlog de Belg Charles Stockmans kennen, een Antwerpse industrieel die tijdens de oorlog naar Nederland vluchtte en actief werd in een inlichtingennetwerk dat informatie verzamelde over de Belgische spoorlijnen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Tripels in 1941 of 1942 gerecruteerd door Stockmans in een inlichtingennetwerk dat hij had opgezet op vraag van de Franse Colonel Rémy. Het netwerk werd in juni 1942 opgerold door de Duitsers. Op 12 juni 1942 is Jenny gearresteerd in Luik. De meeste leden werden geëxecuteerd, Tripels en drie anderen werden gedeporteerd. Jenny Tripels overleed in 1945 in het concentratiekamp Ravensbrück.


Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.-
Vliexs,
Bertha
∗ 1923-01-06
Amby
† 1944-09-11
Opglabbeek
- Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel. - Maastricht - gefusilleerd
Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.-
Vliexs,
Huberta Leonie Maria
Bertha
∗ 1923-01-06
Amby
† 1944-09-11
Opglabbeek (B)
- Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel. - Amby - België - Geheim Leger (B) - In de Tweede Wereldoorlog zaten vier zusters Vliexs in de belgische verzetsorganisatie het Geheime Leger. Bertha was ongetrouwd en werkzaam als verpleegster voor het Rode Kruis. Zie voor meer informatie ook bij haar zus Pia.
Zij „woonde in Maastricht.“ … „Bertha, zoals haar roepnaam luidde, is onder anderen met haar zuster Josephine Alphonsina (Pia), gefusilleerd. In totaal werden negen personen ter dood gebracht, onder wie de Belgische weduwe Maria Voorpijl (∗ 13 november 1897 Maaseik). Allen werden ervan beschuldigd lid te zijn van het Geheime Leger.“ (Traces of War [1] De digitale buurtkrant Oudsbergen van Het Belang van Limburg heeft het over Maria Hubertina Voorpijl. [2]

  1. Biografie Traces of War
  2. Het Belang van Limburg 9/11 in Opglabbeek
  3. https://amiepedia.nl/index.php/Bertha_Vliexs
  4. Digital Monument

  5. Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.
Vliexs,
Marie Hubertina Theodora
Pia
∗ 1920-05-18
Maastricht
† 1944-09-11
Opglabbeek (B)
- Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel. - Amby - België - Geheim Leger (B) - Het dagblad Het Belang van Limburg schreef op 18 september 2017 [1] onder de titel „Opglabbeekse elfde september“: „Gefusilleerd na een aanslag van verzetsstrijders op terugtrekkende Duitsers. Naast Nicolaas Esser werden Antonius Alenus, Renier Coolen, Henri en Josef Dirckx, Jaak Hellings, Pierre Paspont, Pieter Slootmaekers, Jacq Vanaanhoud, de zussen Leonie en Maria Vliexs en Maria Hubertinia Voorpijl zonder enige vorm van proces neergeschoten“. Het was in feite geen aanslag maar een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden en vermoedelijk ook verraad, waardoor vlak voor de bevrijding het Geheime Leger sectie Maaseik ophield te bestaan. Lees meer daarover in de inleiding over het Geheime Leger.
Daartoe behoorden ook de zusjes Vliexs. Hun vader kwam uit Hulsberg, hun moeder uit Meerssen. Zij waren in Amby getrouwd en verhuisden van daar eerst naar Maastricht en later naar Maaseik.
Midden 1942 klopt de deken van Maaseik aan bij het gezin Vliexs. Hij vraagt de familie of ze vier ontsnapte Franse krijgsgevangenen kunnen helpen. De vier blijven een aantal dagen in huis en vluchten dan, om onbekende reden, naar een oude schuur in de omgeving. De zusters brengen ’s avonds voedsel en drank naar de schuur. Zo sluiten de drie oudere zussen waaronder Pia en Bertha zich in 1941 aan bij het Geheime Leger . Alphonsine (Sieske) Vliexs (∗ Amby, 2 november 1925 - † Maaseik, 11 maart 2016) wilde zich ook aansluiten. Ze wordt op dat moment te jong gevonden maar ook zij doet later toch mee. [3.1][4]

Negen personen werden na de gebeurtenissen van 10 en 11 september vermoord in de omgeving van Maaseik, anderen tussen Heer en Cadier en Keer, een derde groep nog een stuk verder naar het oosten, aan de Nederlands-Duitse grens, terwijl de kanonnen van de naderende geallieerden al te horen waren. Allen werden ervan beschuldigd lid te zijn van het Geheime Leger. [1][2]
De jongste zus, Sieske Vliexs, overleeft gehandicapt de Duitse kampen. Sieske en Helène Vanlaer zaten onder andere in de kampen Ratingen en Ravensbrück, waar ze slavenarbeid moesten verrichten.[3.1.]

  1. Het Belang van Limburg 9/11 in Opglabbeek
  2. Korte beschrijving bij Traces of War
  3. 1. amiepedia.nl → Sieske Vliexs
    2. † Sieske Vliexs
  4. https://amiepedia.nl/index.php/Pia_Vliexs
  5. Digital Monument

  6. Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.
Vliexs,
Pia
∗ 1920-05-18
Maastricht
† 1944-09-11
Opglabbeek
- Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel. - Maastricht - gefusilleerd
Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.-