MenuKupfermühle (Hauset) text, no JavaScript Log in   Deze pagina in het Nederlands Diese Seite auf DeutschThis page in EnglishCette page en FrançaisEsta página em Portuguêsnaar boventerug

 

Kupfermühle (Hauset)


1866: De 24-jarige Arnold Schunck en zijn broer Ludwig zetten in Hauset (Bürgermeisterei Hergenrath, tegenwoordig gemeente Raeren) in de watermolen Küpfermühle aan de Geul een bedrijf op. Op 25-01-1873 trouwden Arnold Schunck en Anna Küppers, en op 31-10-1873 kregen zij in de Kupfermühle hun eerste kind, Peter. Een jaar later verhuisden ze naar Heerlen, omdat de Kupfermühle hen niet allemaal kon voeden. Wat Ludwig deed, weten we niet. Misschien bleef hij in Hauset.

Open Street Map



Peter J. Schunck voor zijn geboortehuis

Na de dood van hun vader, Nikolaus Schunck, in 1865 moest er gedeeld worden. De toedracht daarvan vindt u in het artikel Arnold Schunck, een wever die zich handhaafde door zijn kleinzoon P.J.A. Schunck, verschenen in: HET LAND VAN HERLE. Er waren wel vaste activa: een huis en werkplaats met verouderde toestellen, maar aanvankelijk nauwelijks liquide middelen, waarmee Severin-Joseph, de opvolger in de weverij in Kettenis, de andere erfgenamen kon uitkopen.
Arnold en Ludwig konden dus in Hauset geen garens kopen om orders voor te financieren. Daarom verfden en appreteerden ze garens en stoffen voor de industrie. De Kupfermühle werkte, zoals de meeste molens in de streek, voor de textielindustrie in het Land van Eupen, dat in de Pruisische tijd „Landkreis Eupen“ heette. In het onderstaande zullen we zien, hoe dat in zijn werk ging.

In de reeks „Geschichtliches Eupen“ Bd. XLV Jahrgang 2011 - Eupen, Grenz-Echo-Verlag, is een artikel verschenen onder de titel: Die Mühlen im Kreis Eupen in den Jahren 1820 und 1830 door Peter Staatz.
De achtergrondinformatie over de Kupfermühle in dit verhaal komt voor een groot deel uit dit artikel.

Na de nederlaag van Napoleon was het gebied rond Eupen onder de naam „Landkreis Eupen“ aan het Koninkrijk Pruisen toegewezen. Dit district viel onder het „Regierungsbezirk“ Aken en bestond uit gemeenten, die in de Pruisische tijd "Bürgermeistereien" werden genoemd. Al in 1820 nam men in Aken het initiatief tot het aanleggen van een molenkadaster van het nieuwe district, om fiscale redenen, maar ook om een overzicht te krijgen van de economische prestaties. De bewaard gebleven molenkadasters uit de jaren 1820 en 1830 bevatten een gedetailleerde lijst met de naam, de plaats en het type van de molens, alsmede het aantal machines en tewerkgestelde arbeiders. Het bevindt zich in het Stadt- und Kreisarchiv Düren. De lijsten van de Bürgermeisterei Hergenrath werden respectievelijk op 18 december 1820 en 18 mei 1830 opgesteld. Ze vallen onder andere op door hun onbeholpen woordkeus en spelling, doordat de ambtenaren en burgemeesters nog niet aan de nieuwe ambtelijke taal gewend waren. De officiële taal was immers Frans geweest en de omgangstaal was „plat“.



Knooppunt 91, Kupfermühle, Hauset

Op het gebied van de Bürgermeisterei Hergenrath staan voor het dorp Hauset drie watermolens in de lijst. De burgemeester heeft een beschrijving van de loop van de Geul toegevoegd, waarin die molens op blz. 45 als volgt zijn beschreven:

„De Geul ontspringt in het noordoostelijk deel van de gemeente Eynatten, loopt van daar in zuidwestelijke richting naar het dorp Hauset, dat tot de gemeente hier behoort, en drijft daar, na een loop van nog geen kwartier, een oostelijk van het dorp gelegen spinnerij aan van de heer Nelissen uit Aken aan, samen met een scheer- en opruwmachine, Fingerhuts Mühle geheten.“
De tweede molen die de Geul aandrijft is „een ongeveer honderdvijftig passen zuidelijk van deze gelegen volmolen, Lohnmühle genaamd, met twee vollerijbakken en een spoelbak, ongeveer honderdvijftig passen naar het zuiden.“ De molen diende dus ook voor het appreteren van stoffen.
Van hieruit gaat de Geul „door het dorp Hauset, en drijft op een afstand van ongeveer tien minuten een spin- en volmolen aan, eigendom van Maria Catharina Schyns uit Aken, in het register vermeld als nr. 3, Kopfermühle geheten.“

Il s'agit bien sûr de la Kupfermühle. Le moulin a été construit sous l'administration française (selon le cadastre de 1830). Peter Staatz écrit à la p. 63 : "Une seule roue à course supérieure entraînait probablement un ‘assortiment de filage&rsquo ; certainement aussi deux bassins à foulage et un bassin de lavage. Le maire constate que le foulon et la filature sont entraînés par une seule et même roue à aubes et que le moulin fonctionne encore à plein régime : " Si toutefois la filature est entraînée, le foulon doit être mis hors service à cause d'une eau trop faible ". En 1820, il y avait 21 travailleurs employés." Traduit avec www.DeepL.com/Translator (version gratuite)Dit is natuurlijk de Kupfermühle. De molen werd onder Frans bestuur gebouwd (volgens het kadaster van 1830). Peter Staatz schrijft op blz. 63: „Een enkel bovenslagrad dreef waarschijnlijk een ‘spinassortiment’ aan, zeker ook twee volbakken en een spoelbak. De burgemeester merkte op dat de vol- en de spininstallatie door een en hetzelfde waterrad werden aangedreven en dat de installatie nog volop in bedrijf was: „Als echter de spinnerij wordt aangedreven, moet de vollerij buiten bedrijf worden gesteld wegens te zwak water“. In 1820 werkten er 21 arbeiders.“
In 1830 was hij eigendom van H. Borstenblei in Aken en werd nog steeds aangedreven door een bovenslagrad. Er werkten inmiddels 47 arbeiders.

Zoals gezegd was deze molen de geboorteplaats van Peter J. Schunck, die als eenjarig kind met zijn ouders Arnold en Anna naar Heerlen verhuisde.
Lees over hun droom en hun verdere lotgevallen op Arnold Schunck, een wever die zich handhaafde.