Menu text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het NederlandsDiese Seite auf DeutschThis page in English - ssssCette page en FrançaisEsta página em Portuguêsnaar boventerug

1940-1945, het verzet in Nederlands Limburg

  • Verzet in Limburg

    Gesneuvelden van het verzet in Nederlands Limburg

    In de gedenkkapel van het proviciaal verzetsmonument op de Cauberg in Valkenburg staan op drie muren de namen van gesneuvelde verzetsmensen uit Nederlands Limburg. Het zijn allemaal namen met een verhaal, dat op die plek natuurlijk niet verteld kan worden wegens plaatsgebrek. Dus gebeurt dat hier. Iedereen die daartoe een bijdrage kan leveren, wordt uitdrukkelijk opgeroepen zich te melden. Zie de contactpagina.
    Die mensen, in dit geval bijna alleen maar mannen (Waarom eigenlijk? Zie bij de koeriers, de groep van verzetsmensen, die steeds vaker uit vrouwen bestond.), zijn meestal onvergeten, vooral in de plaatsen waar ze hebben gewoond. We vinden hun verhalen op plaatselijke websites, soms ook op Wikipedia. Een grote hulp bij het vinden van Nederlandse oorlogsslachtoffers zijn vooral de websites van de Oorlogsgravenstichting en www.tracesofwar.nl.
    Veel van de achtergrondinformatie komt uit het onvolprezen boek van Fred Cammaert: Het Verborgen Front, Geschiedenis van de georganiseerde illegaliteit in de provincie Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog.
    Het complete boek vindt u op de website van de Universiteit van Groningen.

    Bijzondere gebeurtenissen in Limburg

    | Vervolgd in Limburg | Het Hannibalspiel | Het Englandspiel | De mijnstaking | SiPo Maastricht | De overval van Weert | De klap van Wittem | De overval op het distributiekantoor in Valkenburg | Het verraad van Maastricht | De overval op de Maastrichtse gevangenis op 5 september 1944 | Tussen Maas en Peel | Een militair opleidingskamp voor onderduikers | Het verdriet van Roermond | Wraakacties tijdens de bevrijding


    Vervolgd in Limburg
    Zo luidt de titel van de dissertatie van de historicus Herman van Rens.
    Hij stelt daarin op p. 371 vast, dat er voor het redden van een bovengemiddeld aantal Joden twee factoren een belangrijke rol speelden:

    1. Een hecht samenwerkende groep waarin men elkaar zeer goed kende, bij voorkeur al van voor de oorlog, en
    2. de aanwezigheid van inspirerende mensen, die het voortouw namen.

    Samengevat: „Een kleine groep morele leiders in Limburg wees de weg van de praktische naastenliefde. Hun goede voorbeeld deed goed volgen.“
    Hij stelt vast, dat het punt 2 bij de aantallen van geredde joden een doorslaggevende rol speelde.

    De moord op de Sinti of Porajmos, die vóór de oorlog in Limburg aanwezig waren, is heel anders gelopen. Zij woonden niet zoals de joden temidden van de samenleving, wat het voor de nazi’s gemakkelijker maakte. De strik werd, zelfs voor de mensen zelf, bijna geruisloos aangetrokken. Eerst kregen de zogeheten „werkschuwe elementen“ een reisverbod, daarna werden ze verplicht, zich naar centrale verzamelkampen te begeven, waar ze „heropgevoed“ zouden worden. Veel Limburgers met vaste woon- en verblijfplaats hebben toen misschien gedacht: „Nou, dat werd ook wel tijd!“. Maar de meesten hebben het niet eens gemerkt. De Sinti woonden toen nog bijna allemaal in woonwagens. Die werden in beslag genomen. Zo verdween een groot deel van hen uit het gezicht. Op 16 mei 1944 werd er in heel Nederland een grootscheepse razzia uitgevoerd, waarbij 578 personen werden gearresteerd en naar het kamp Westerbork werden overgebracht. Tenslotte werden 244 van hen op 19 mei 1944 naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Slechts 31 van hen overleefden de oorlog.
    Zie ook het Advies Gemeentelijk woonwagen-en standplaatsenbeleid van de Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland. Daarin komen de Sinti en Roma aan bod, maar ook de vervolging van de andere mensen die volgens de nationaalsocialisten een „zigeunerachtig“ leven leidden.
    En lees wat Roger Moreno Rathgeb, componist van Requiem voor Auschwitz, over „De vergeten Holocaust“ zei vóór hij een kaars het aanstak tijdens de herdenkingsplechtigheid „Valkenburg 75 jaar bevrijd“

    Het Hannibalspiel
    Een belangrijk deel van het verzetswerk was vooral in de grensprovincie Limburg al vroeg het opzetten van ontsnappingslijnen voor uit Duitsland ontvluchte krijgsgevangenen, later ook voor vluchtende Joden, neergeschoten geallieerde vliegtuigbemanningen (meestal piloten genoemd) en Nederlanders op weg naar Engeland. Vanuit Duitsland en Nederland liep een van die lijnen via Eijsden (NL) naar Voeren (B), het Land van Herve en Luik, vanwaar de vluchtelingen naar Givet aan de Franse grens of naar Brussel werden gebracht, waar andere verzetsgroepen ze overnamen. De eersten waren de uit krijgsgevangenschap gevluchte Fransen en Belgen. Dat begon al in 1940. Zij klopten vaak om hulp aan bij kerken.
    In de loop van 1941 ontstond daardoor in het grensplaatsje Eijsden een verzetsgroep vanuit het plaatselijke harmonieorkest Sainte Cécile: de fruitkweker Alphons Smeets met zijn hele gezin, het echtpaar De Liedekerke, douanier D. Sleeuwenhoek (die vrijelijk over de grens heen en weer kon en wist wanneer er patrouilles liepen) en de Luikse dirigent Arthur Renkin. (Cammaert 75-94, 135, 239-240). Zij legden via Renkin grensoverschrijdende contacten met verzetsmensen in de provincie Luik van de organisaties Luc /Marc en Clarence zoals de arts Jules Goffin uit ’s-Gravenvoeren, Christiane Derenne-Lamazière, de paters Hugo (Karel Jacobs) en Stephanus (Piet Muhren) uit de abdij van Val-Dieu en anderen. Ook in de provincie Luik waren behalve oud-militairen vaak parochiegeestelijken actief. Een belangrijk aanlooppunt was de rijkswacht in St.-Martensvoeren waar Theodoor Brentjens, geboren te Kessenich op 12 januari 1894, commandant was. Deze zorgde er dan voor dat de krijgsgevangenen terechtkwamen in de boerderij Monnikenhof die afhing van de abdij Val-Dieu.
    Clarence was vooral een inlichtingendienst, zij verzamelden bijvoorbeeld inlichtingen over het treinverkeer rond het belangrijke spoorwegknooppunt Visé. Een belangrijk veiligheidsprincipe vooral van Clarence was, dat men per persoon maar één activiteit ontplooide: ofwel inlichtingen, ofwel het smokkelen van door de Duitsers gezochten, het verbergen van onderduikers. Bij de groep Erkens werd daar niet zo streng de hand aan gehouden, wat hun latere ondergang nog zou bevorderen. Niek Erkens kwam met deze groep in contact via Pierre Dresen.
    Zij werden geïnfiltreerd door het Groningse filiaal de Duitse Marineabwehr (contraspionagedienst van de Duitse marine), die daarvoor het dodelijke „Hannibalspiel“ opzette. Er werden maar liefst vier infiltranten ingezet, die door de naïviteit van Erkens en vooral van Renkin steeds dieper in het netwerk wisten door te dringen. Na de arrestatie moest vooral Erkens het ontgelden.
    Dat betekende het einde van de groep Erkens aan de Nederlandse kant en een grote slag voor de organisaties “Luc/Marc” en “Clarence” in België. In totaal arresteerden de Duitsers van deze groepen tussen 8 juni 1942 en 19 maart 1943 86 personen. 30 personen kwamen na een korte gevangenschap weer op vrije voeten; 18 personen werden na berechting vrijgelaten; 22 personen werden naar Duitse kampen gedeporteerd van wie elf de oorlog niet overleefden. Elf personen werden ter dood veroordeeld en op 9 oktober 1943 in het fort Rhijnauwen (Bunnik bij Utrecht) doodgeschoten. Het lot van vijf arrestanten kon niet worden vastgesteld (J. van Lieshout, “Het Hannibalspiel”, Bussum 1980, pag. 319-324).
    Zie: Jan van Lieshout, Het Hannibalspiel: Het sinistere spel tijdens de Tweede Wereldoorlog van de contraspionagedienst der Kriegsmarine, dat leidde tot de ondergang van een Nederlands-Belgische verzetsdrieëenheid, ISBN 10: 9026945744 ISBN 13: 9789026945748
    Paul de Jongh beschrijft in zijn boek “Grenzeloos verzet. Over spionerende monniken, ontsnappingslijnen en het Hannibalspel” uitgebreid de vluchtlijn van Nederland naar België, met nieuwer bronnenmateriaal.
    Meer informatie ook bij Cammaert, hoofdstuk 2, p. 79 e.v.
    De slachtoffers van het Hannibalspiel worden op deze site tot de groep Erkens gerekend, in navolging van de gedenksteen in Fort Rhijnauwen, waar zij allen werden doodgeschoten. Eigenlijk hoorde vooral Jules Goffin meer bij Clarence.

    Het Englandspiel
    Met het Englandspiel werden gedropte agenten door de Duitse inlichtingendienst onderschept. Het was veel groter dan het Hannibalspiel. In Limburg werd de groep-Bongaerts als gevolg daarvan in de zomer van 1943 door de NSB-er Vastenhout geïnfiltreerd, want in het notitieboekje van een gearresteerde “Evert” Schortinghuis had Kriminalkommisar Frank het adres van P. Gulikers in Sittard gevonden. Gulikers maakte net als Tobben sinds 1942 deel uit van de groep rond Bongaerts. Vastenhout en een collega werden erheen gestuurd en wonnen het vertrouwen van Gulikers, ondanks aanvankelijk wantrouwen van zijn vrouw. Op 6 november 1943 arresteerde de SiPo Bongaerts en een aantal van zijn medewerkers (zie Cammaert hoofdstuk IV, paragraaf III). Op 16 november 1943 werden bovendien Peeters, Reijnders en J.M.W. Clevis opgepakt. Op 24 en 25 juli 1944 vond in Haaren het proces tegen de groep plaats.
    Ondanks pogingen Bongaerts vrij te kopen en uit het kamp Vught te bevrijden, werd hij naar Duitsland gedeporteerd. Hij bezweek op 23 november 1944 in het kamp Neuengamme. Van Megen werd op 5 april 1945 in Dohnsen bij Bergen-Belsen doodgeschoten. Peeters overleed op 24 juni 1947 in Venlo. Hij was de ontberingen van het kamp Buchenwald niet meer te boven gekomen. Clevis kwam in mei 1944 vrij, Gulikers werd in april 1945 bevrijd, Reijnders pas na de oorlog. Na het wegvallen van de groep-Bongaerts namen andere groepen in de Oostelijke Mijnstreek het werk over.
    Bronnen: Traces of War en Cammaert p. 2-85, 3-136, 3-142
    Voor uitvoerige informatie: Cammaert, Hoofdstuk IV §III. De groep-Bongaerts verstrikt in het Englandspiel: de affaire Vastenhout
    Zie ook Wikipedia NL

    De mijnstaking
    Tijdens de oorlog waren de mijnen nog volop in bedrijf en zij waren voor de stroomvoorziening, maar ook voor de spoorwegen en dus voor de Duitsers van groot belang. Als gevolg daarvan konden veel jonge mannen, die niet naar Duitsland wilden om te werken, op legale wijze hier blijven. Maar er werkten ook veel onderduikers in de mijnen, met valse papieren, omdat daar niet zo precies op gelet werd.
    De mijnwerkersstaking maakte deel uit van de April-Mei-stakingen in 1943. Zij waren de overgang naar een meer massaal verzet in het hele land, ook in Limburg. De staking werd met harde hand onderdrukt, maar toch kregen nu de verzetsorganisaties meer toeloop. Zie meer over dit onderwerp in ons verhaal over Valkenburg. Klik op de < terug knop onder de vlaggen links, om weer hierheen te komen.

    SiPo Maastricht
    Voor een beter begrip van de hieronder beschreven gebeurtenissen moeten we enig idee hebben van wat verzetsmensen te wachten stond, wanneer ze in handen van de vijand vielen. Geallieerde militairen werden in zo een geval krijgsgevangenen. Dat was vooral voor de Russische soldaten verschrikkelijk genoeg. Maar de verzetsmensen waren in de ogen van de bezettingsmacht terroristen. Wat Limburg betreft vielen die onder de Sicherheitspolizei Maastricht.
    In Nederland zetelde de SiPo/SD in Den Haag en had zes plaatselijke afdelingen (Außenstellen): Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Arnhem, Den Bosch en Maastricht. In Limburg was de terrorismebestrijding een taak van de Sicherheitspolizei Maastricht. Op mestreechonline.nl lezen we: „In 1941 werd de Außendienststelle gehuisvest in het zogenaamde Witte Huis op de hoek Prins Bisschopssingel en de Lambertuslaan. Daarna, tot 7 september 1944, werd een pand betrokken van een gedeporteerde Joodse familie op de Wilhelminasingel (thans Wilhelminasingel 71) … Met name in het pand aan de Wilhelminasingel hebben zich gruwelijke taferelen afgespeeld.“
    De Maastrichtse SiPo werd geleid door Max Strobel. Door sommigen, zoals Fred Cammaert, Max Ströbel genoemd. Op deze site vindt u beide spellingen, al naar gelang, wie geciteerd wordt. Bij de bestrijding van het verzet was zijn rechterhand Richard Nitsch. Vooral deze twee waren berucht voor het sadisme, waarmee ze te werk gingen. Daarin gingen ze vaak veel verder dan wat Duitse voorschriften hieromtrent toelieten. Ook in psychologische terreur waren de SiPo-mensen meesters. Een berucht voorval was, hoe zij de toch al overwerkte en weinig belastbare documentenvervalser Bob Jesse tot spreken kregen. Toen zijn ondervrager Wehner dreigde twee joodse kleuters, een jongetje en een meisje van ongeveer vier jaar, in het bijzijn van de moeder de armpjes en beentjes te breken en er zelfs aanstalten toe maakte, sloeg hij door. Bij anderen werkten weer andere methodes. Wij kunnen ons geen oordeel veroorloven over degenen, die onder de folteringen niet konden standhouden, net zo min als we kunnen begrijpen, hoe anderen dat wel konden.
    Bij het naderen van de geallieerden weken Strobel en Nitsch uit naar Friesland, waar zij hun schrikbewind voortzetten. In mei 1945 gaven zij zich, verkleed als parachutisten en onder een valse naam, over aan de Canadezen. (Wikipedia) Daar lezen we verder over Strobel: „Uit onderzoek van de journalist Bart Ebisch, kleinkind van een van de slachtoffers van de verdwenen Duitser, bleek in 2016 dat de Nederlandse pogingen om Strobel op te sporen vooral bestonden uit het corresponderen tussen Nederlandse en Duitse instanties. Er is bijvoorbeeld niet onderzocht of de Duitser zich ergens onder een van zijn bekende aliassen had geregistreerd, noch zijn de vrouw van Strobel of zijn oud-collega’s ondervraagd om meer te weten te komen over zijn verblijfplaats.“ Zijn vrouw wist waarschijnlijk de hele tijd, waar hij was. Onderzoek in Duitse bevolkingsregisters was alles, wat er gebeurde. „Tijdens die zoektocht hebben de autoriteiten Strobel decennialang abusievelijk aangeduid als Ströbel, blijkt uit nu opgedoken justitiedocumenten.“(De Limburger 05-10-2016)
    Nitsch moest wel voor de rechter verschijnen, omdat in juni 1946 zijn ware identiteit was vastgesteld. Op Wikipedia staat daarover: „Hij werd uiteindelijk veroordeeld tot levenslang vanwege negen opgelegde executies en meerdere folteringen. Zijn straf werd in april 1959 omgezet naar 22 jaar en negen maanden. Het jaar daarop werd hij vrijgelaten en als ongewenst vreemdeling uitgezet naar de Bondsrepubliek. Dit paste binnen het Nederlandse beleid, waarbij de meeste oorlogsmisdadigers voortijdig werden vrijgelaten. Kort na zijn vrijlating trok hij samen met zijn vrouw in bij zijn zoon, die in Bad Bentheim woonde. Hij overleed in 1990. Nitsch sliep rustig in, waarschijnlijk als gevolg van een stofwisselingsziekte waar hij al een aantal jaren aan leed.“

    De overval van Weert , ook bekend als het verraad van Weert vond plaats op 21 juni 1944. De districtsleiders van de LO Limburg hadden in het pensionaat Sint Louis in Weert een vergadering belegd, om een antwoord te vinden op de nieuwe Tweede Distributiestamkaart (T.D.) en de Z-kaarten. Voor deze bijeenkomst had men de zeer competente documentenvervalser Bob Jesse (schuilnaam: Vos) uitgenodigd, niet wetende, dat die intussen tegen de lamp was gelopen. Toen zijn ondervrager Wehner dreigde twee joodse kleuters, een jongetje en een meisje van ongeveer vier jaar, in het bijzijn van de moeder de armpjes en beentjes te breken en er zelfs aanstalten toe maakte, sloeg hij door en leidde de SiPo naar de vergadering. In totaal werden acht mannen door de SiPo opgepakt:

    • broeder Valentinus Merkx - onderwijzer broeder-overste van St. Louis, had overigens nergens mee te maken. † maart 1945 in Bergen-Belsen.
    • Jan Hendrikx (Venlo, gewestelijk leider) † vermoedelijk begin 1945 tijdens een evacuatietransport van Sachsenhausen naar Bergen-Belsen
    • Guus Hermans (Weert) † 2 september 1944, Oranienburg/Sachsenhausen
    • Giel Berix (Heerlen) † 13 maart 1945, Bergen-Belsen
    • Jac Naus (Venlo) † 15 april 1945, Bergen-Belsen
    • Jacques Knops (Gulpen) † 17 maart 1945, Bergen-Belsen
    • W.H.M. Jansen (Vierlingsbeek) † 25 februari 1945 Buchenwald.
    • Sef (J.F.H.) Mulders (Maastricht). Hij overleefde de oorlog, maar werd door J. Sorée opgevolgd omdat Sef in het kamp zat.

    Tom (Th.C.) van Helvoort (Roermond) Joe (F.J.K.) Russel (Venray) Jan (J.A.) Dijker (Nijmegen *) en Kees van Sambeek (Maas en Waal *) konden ontsnappen.

    *) De districten Vierlingsbeek, Nijmegen en Maas en Waal liggen weliswaar buiten de provincie Limburg, maar behoorden toch tot het LO-gewest Limburg. Meer info over deze districten

    Gedurende de maand juli en de eerste helft van augustus werden de gearresteerden in Vught onafgebroken ondervraagd door Nitsch die een machtiging had gekregen tot het afnemen van zogeheten verscherpte verhoren. Na twee weken kreeg hij assistentie van C. Schut, die zich als een duivelse sadist zonder remmingen ontpopte, wat zelfs Nitsch te ver ging. Herhaaldelijk moest hij zijn hulpkracht intomen. Vooral Knops en de kapelaans Naus en Berix werden door het tweetal zwaar toegetakeld. Door bluf en het tegen elkaar uitspelen van de arrestanten, waarbij hij handig gebruik maakte van al eerder verworven kennis en de tegengestelde verklaringen, kwam Nitsch veel aan de weet. Spoedig volgden nieuwe arrestaties in Roermond, Helden en Wittem. (Cammaert VIb, pagina 567)
    Meer bij Cammaert Hoofdstuk VIa, §VI, pp.  560 e.v.: De overval van Weert en
    Charles Vos

    De klap van Wittem
    Pater B.J Baars, de rayonleider LO-Wittem, was in het lazaret van het klooster slachtoffer van infiltratie door een Duitse onderofficier, een zekere Lambertz uit Aken, die aangaf te willen deserteren omdat hij toch zo’n goede Christen was en dat aanvankelijk misschien ook meende. Na die infiltratie volgde op 21 juli 1944 een arrestatiegolf, die spoedig de „Klap van Wittem“ genoemd zou worden.
    Cammaert noemt de volgende gearresteerden: P.Horbach, H.J.D. Hamers, J.M.W. Bisschoff, Pater Baars, J.H. van Houtem, Ortmans, de broers E.A.H.M. en J.M.H. Merckelbach, de onderduiker G. Pirovano, de kapelaans P.H.H. Houben en L.M.H. Penders en twee onschuldige inwoners van Vaals. De kapelaans Wermeling en Franck en A. Noppeney ontsnapten. J. Merckelbach en de twee inwoners van Vaals kwamen na enkele dagen vrij. De overigen werden op 1 augustus van Maastricht naar Vught overgebracht en vijf dagen later naar Sachsenhausen, vanwaar ze over verscheidene kampen werden verspreid. Slechts drie van de tien arrestanten overleefden de kampen. De anderen kwamen in Duitsland om het leven: H.J.D. Hamers (Oranienburg, 29-12-1944), J.M.W. Bisschoff (Buchenwald, 23-4-1945). B.J. Baars (Bergen-Belsen, 27-4-1945), J.H. van Houtem (Lübeck, 28-5-1945), L.M.H. Penders (Bergen-Belsen, 24-4-1945), P.H.H. Houben (Ludwigslust, 19-5-1945) en E.A.H.M. Merckelbach (Neuengamme, 15-1-1945).(Meer bij Cammaert VIb, pp. 697-699)
    Een uitvoerige beschrijving t.g.v. de onthulling van een herinneringsplaquette op 21 juli 2015 nabij het Arnold Janssenklooster tussen Wahlwiller en Mechelen.
    Zie ook Rosalie Sprooten: Bericht aan Hare Majesteit, p. 134: Verraad of infiltratie?

    De overval op het distributiekantoor in Valkenburg Door het toenemend aantal onderduikers kon aan hun behoeften alleen worden voldaan, als men ook over voldoende distributiekaarten en -bonnen beschikte. Daarvoor zorgden meestal gemeenteambtenaren, zo ook in Valkenburg. Maar zij konden zien aankomen, dat dit niet lang meer onontdekt zou blijven en dat vooral met de introductie van het nieuwe inlegvel de omvangrijke manipulaties aan het licht zouden komen. Ze bespraken hun problemen met de rayonleiding en ze stelden voor een knok- of overvalploeg een enorme chaos op het distributiekantoor te laten aanrichten. Alleen zo kon de fraude onopgemerkt blijven. De K.P.-ers die de overval uitvoerden, wisten niet dat daags tevoren een zending distributiebescheiden voor twee maanden was gearriveerd. De buit was gigantisch: ruim 210.000 bonkaarten, ruim 82.000 rantsoenbonnen, ruim 2500 rantsoenkaarten, 5000 T.D.-stamkaarten, ruim zestienhonderd toeslagkaarten, talloze inlegvellen en een schrijfmachine. Er waren maar liefst twaalf juten zakken nodig om alles in te stoppen. De zakken werden naar een boerderij in de buurt van Kunrade bij Voerendaal gebracht. Het complete verhaal over deze overval op deze site.

    Het verraad van Maastricht

    Het verraad van Maastricht
    Als gevolg van verraad door de bordeelhoudster Aldegonda Zeguers-Boere werden in mei 1944 ruim vijftig personen gearresteerd. (Cammaert VIb, vanaf pagina 649.) Voor Boere was een luxe leventje zeer belangrijk, maar een goed geweten blijkbaar niet zo zeer. Zij kwam voor haar zwarthandel-praktijken in de gevangenis en leerde zodoende de voor haar zeer nuttige Max Strobel kennen, het hoofd van de SiPo in Maastricht. Die vond van zijn kant deze dame met contacten in LO-kringen ook interessant en zo begonnen zij een relatie. Intussen bouwde zij ook haar bordeel verder op. Bij de LO deed zij, alsof zij op haar feestjes voor de Duitsers voor het verzet werkte. Het was de bedoeling van de Sicherheitspolizei, een val voor de verzetsmensen op te zetten. Door Zeguers-Boere wist de SiPo dat er twee bewakers in de gevangenis van Maastricht voor de LO werkten. Via deze nietsvermoedende bewakers werd „gelekt“ dat er binnenkort een gevangenentransport zou plaatsvinden. Die val mislukte door gebrekkige coördinatie aan de kant van het verzet, zij kwamen niet opdagen. Boere bemiddelde daarna bij onderhandelingen over de mogelijke vrijlating van enkele verzetsmensen. Daarbij werd bij haar thuis de Maastrichtse LO-leider Jo Lokerman gearresteerd, en dezelfd dag en de dag daarna nog ruim vijftig personen, onder wie een onderduiker die Zeguers-Boere in huis had genomen om zo de indruk te wekken dat ze volledig te vertrouwen was, alsook degene die de onderduiker bij haar had gebracht. De meeste arrestanten kwamen na enige tijd weer vrij. Als gevolg van het verraad van Zeguers-Boere kwamen de volgende personen om het leven:
    H. Brouwers, Edmond Houtappel, Hubert Jamin, kapelaan Hein Lochtman, Jo Lokerman en Joseph W. Ummels (Cammaert VIb, pagina 651).

    De overval op de Maastrichtse gevangenis op 5 september 1944 – De bevrijding van 80 gevangenen.
    Herhaaldelijk werden plannen beraamd om de onder Nederlandse leiding staande Maastrichtse gevangenis te overvallen. Daarbij ging het niet in eerste instantie om de leefomstandigheden, die er in de loop van 1943 steeds beroerder werden. Maar door de hulp bij de verbetering van die leefomstandigheden ontstonden zeer bruikbare contacten, die bij de bevrijding van gevangenen gebruikt konden worden. Zowel de kwaliteit als de kwantiteit van het voedsel namen af en de cellen raakten overvol. Vooral op de zolders heerste ’s zomers een ondraaglijke hitte. L.O. en knokploegen stelden eendrachtig alles in het werk om iets aan het voedseltekort te doen. In de nacht van 15 juni 1944 stal de Heerlense knokploeg duizend kilo boter uit de zuivelfabriek „Limburgia“ in Reymerstok. Een deel was bestemd voor de gevangenis in Maastricht. Om voedsel en dergelijke naar binnen te smokkelen was hulp nodig van het personeel. Al vroeg in de oorlog, in 1941, kreeg de Maastrichtse illegaliteit medewerking van met verschillende leden van het personeel, waaronder de gevangenisklerk M.J.H. Rademakers en ziekenverzorger Hubert Jamin. Berichten en zelfs complete verslagen van verhoren werden naar buiten gesmokkeld. Dreigende arrestaties konden aldus voorkomen worden. In 1944 ontwikkelde zich hieruit een inlichtingendienst met landelijke vertakkingen.
    De konktete plannen voor een bevrijdingsactie begonnen eind 1943 toen een aantal illegale werkers uit alle delen van de provincie door de infiltratie van H. Vastenhout c.s. waren opgepakt (Het Englandspiel). Eén dag voordat de actie zou plaatsvinden werden de arrestanten echter overgebracht naar Amersfoort.
    Begin 1944 werden nieuwe plannen gesmeed vanwege arrestatiegolven in Venlo en Maastricht. Na een door gebrek aan coördinatie mislukte aanloop (gelukkig maar, want dat was een valstrik) liep het mis op 8 april 1944, omdat daags tevoren de gevangenen waren overgebracht naar Amersfoort. Daaronder Frans Coehorst, districts­koerier en secretaris van „Ambrosius“, die dus veel over het verzet wist.
    Men liet zich door deze tegenslagen niet uit het veld slaan. In juni 1944 werd voor het eerst gepoogd de gedetineerden met hulp van bewakers en de directeur te bevrijden. Dat mislukte vooralsnog, omdat directeur Dilling het niet aandurfde. Op maandagavond 4 september gingen de leider van de knokploeg Zuid-Limburg, P.F. Driessen, en de inspecteur van politie M. Krol, naar Dilling om de vrijlating van alle nog aanwezige politieke gevangenen te eisen. Dilling zei dat de belangrijkste politieke gevangenen inmiddels waren weggevoerd, maar hij zou die ochtend om 5 uur naar de gevangenis komen. De knokploeg Zuid-Limburg en enkele Maastrichtse L.O.-ers zouden ook aanwezig zijn.
    Het was toevallig Dolle Dinsdag, zodat geen tegenstand kwam van de kant van aanwezige nationaalsocialisten. Een groep van circa twaalf personen bevrijdde tachtig gevangenen. Ongeveer de helft kende de stad en zocht zijn eigen weg. Circa tien personen werden overgebracht naar een particuliere woning. Rond de resterende dertig ontstonden onvoorziene problemen. Zij werden ondergebracht in een schoolgebouw waar daklozen verbleven. Laatstgenoemden waren bang voor ontdekking en represailles van Duitse zijde en eisten het vertrek van de bevrijde gevangenen. Daarop vertrok men naar een patronaatsgebouw in de buurt vanwaar ze over een aantal onderduikadressen werden verdeeld. (Bron: Cammaert VIa, pagina 530 e.v.)

    Tussen Maas en Peel



    Tussen Maas en Peel

    Tijdens de bezetting vormden de dorpen op de westelijke Maasoever, zoals Sevenum en Horst, voor de LO in Venlo een „afzetgebied“ par excellence voor onderduikers. Het waren kleine, besloten agrarische gemeenschappen. Ook de grotere plaatsen zoals Venray en Horst waren veel kleiner en overzichtelijker dan tegenwoordig.
    Zie het verhaal van het gebied tussen Maas en Peel tijdens de oorlog.
    Open Street Map

    De Venlose LO-leider „Ambrosius“ was snel overtuigd van de manier, waarop in het gebied tussen Maas en Peel, vooral in Sevenum, de onderduikershulp was georganiseerd. Het hier volgende is een korte samenvatting uit Het verborgen front door Fred Cammaert 1994
    Hoofdstuk VIb, VIII.2.5. Rayon Sevenum.

    Een hoofdkwartier ontstond op de hoeve „Rust Roest“ van de familie Groot in Sevenum. Talrijke onderduikers, onder wie ruim honderd joden, vonden alleen al in Sevenum onderdak. Volgens de gemanipuleerde oogstcijfers leed Sevenum officieel voortdurend aan misoogsten. In werkelijkheid werden scheepsladingen vol graan over het hele land verdeeld, voor onderduikers en anderen, die dat nodig hadden. De Sicherheitspolizei in Maastricht kreeg er maar geen vat op en noemde Horst en Sevenum „broeinesten van verzet“. Bij razzia’s kwam nooit iets aan het licht. Een O.D.-er had via Sevenum een clandestiene telefoonverbinding tot stand gebracht tussen Venlo en Den Bosch, waarvan ook de L.O. gebruik kon maken. In Sevenum stond een driepoot waaraan een stuk rail hing. Als daartegen werd geslagen ontstond een goed hoorbaar, hoog snerpend geluid. Zo wist men altijd tijdig, wanneer er een overvalcommando aankwam.
    De eerste grote razzia hield de SiPo op 5 april 1944, als gevolg van de activiteiten van de NSB-er W. Engels. Hoewel zijn regelmatige brieven aan Duitse instanties telkens op het postkantoor werden onderschept, wist hij uiteindelijk zijn bevindingen toch door te geven.
    Tegen het eind van de oorlog kregen de razzia’s een ander karakter. Het ging steeds meer vooral om slavenjacht voor de Duitse industrie. Tegelijk wilde de Duitse legerleiding bij de opmars van de geallieerden niet in de rug aangevallen worden vanuit de bevolking. Dus moesten alle weerbare mannen weg naar Duitsland, net als later (tijdens de Kerstdagen 1944) in Roermond. Het middel dat zij daarvoor bedachten, was voor die vrome streek zeer geschikt: de kerkrazzia. Op zondag 8 oktober 1944 vonden dergelijke kerkrazzia’s plaats in heel Noord-Limburg, dat toen nog niet bevrijd was, en in delen van Noord-Brabant. Zuid-Limburg was toen al vrij. 2.805 mannen tussen de 16 en 65 jaar werden opgepakt. De meeste werden ingezet in de Hermann Göring-Werke. De meesten van hen hebben de oorlog overleefd. Dit was niet het geval bij 121 van de gearresteerden. Een groot deel van de overige gedeporteerden keerde pas in mei 1945 naar huis terug. (Bron: Dwangarbeid in Duitsland)

    Tekst op het monument aan de Peelstraat, Kronenberg (Horst aan de Maas):
    Ter nagedachtenis aan de in Duitsland overleden mannen en jongens uit Kronenberg, die bij de Kerk-razzia van van 8 oktober 1944 door de Duitsers werden opgepakt en weggevoerd. De herbegrafenis van een aantal hunner vond plaats op 4 september 1951 Martin Aerts, Jozef Baeten, Piet Billekens, Lodewijk Franssen, Hendrik Hoeijmakers, Piet Philipsen, Jan Philipsen, Peter Roodbeen, Jan Verstappen

    Zie het verslag van de kerkrazzia in Kronenberg
    Lees meer over de achtergrond van die slavenjacht op www.4en5mei.nl: Sevenum, sporen die bleven
    Zie ook bij Wikipedia over de Kerkrazzia’s in Noord-Limburg en delen van Noord-Brabant.
    In de kapel van het provinciaal verzetsmonument staan gesneuvelden van deze plaatsen met hun kerkdorpen (dus geen Brabantse dorpen):
    Broekhuizen & Broekhuizenvorst, Grubbenvorst, Haelen, Heel-Panheel, Helden, Heythuysen, Horst, Kessel, Maasbree, Nederweert, Roggel, Sevenum, Wessem

    Een militair opleidingskamp voor onderduikers
    Toen in 1943 de overgrote meerderheid van de studenten de loyaliteitsverklaring niet wilde ondertekenen en ook als gevolg daarvan steeds meer onderduikers in de streek tussen Maas en Peel belandden, kregen enkele mensen van de OD in Venlo het idee, ze tot militairen op te leiden. Zij hadden een soort partizanencommando voor ogen, dat zich in die bosrijke streek goed zou kunnen verschuilen. De keus voor één van die kampen viel op het Bovensbos bij Helden, zie Open Street Map, in de buurt van de boerderij van Cornelis Krans.
    Uit het proefschrift van Cammaert, Hoofdstuk VIII De Ordedienst, pp. 883: De duikkampen bij Helden en Sevenum leest u hier een beknopte samenvatting.

    Cornelis Krans stelde vijf demontabele kippenloodsen ter beschikking, die plaats boden aan 40 tot 50 onderduikers. Het kamp kreeg de naam „Vrij Nederland“. Door het grote aantal medeweters, van wie sommigen het kamp meer als een soort zomerkamp schenen te zien, deden al gauw verhalen de ronde. De N.S.B.-man H. Kessels hoorde die ook en fietste er op donderdag 15 juli 1943 heen. Enkele landarbeiders wezen hem de weg, omdat hij zei, ook te willen onderduiken. Hij vond wat hij zocht en sprak hierover met zijn partijgenoten Kluytmans en Maessen. Een dag later deed hij aangifte bij de politie. Wachtmeester Evers, een vriend van het verzet, beloofde er de volgende dag werk van te maken en gaf meteen alarm. Besloten werd, Kessels zo spoedig mogelijk te liquideren. Dat gebeurde meteen, de nacht van vrijdag 16 op zaterdag 17 juli. Hij werd neergeschoten en met liet zijn lijk liggen, om onbekende redenen. Dat maakte alles nog erger. De SiPo (SicherheitsPolizei) uit Maastricht o.l.v. Max Strobel/Ströbel stelde een onderzoek in en hoorde van Kluytmans over de ontdekking van Kessels. De politiecommandant in Helden-Panningen, opper Alphons van der Mullen gaf aan het verzet door, dat er een grootscheepse razzia gepland werd. Terwijl zij op versterking van de Ordnungspolizei wachtten, arresteerden de SiPo-mensen het echtpaar Krans en enkele andere mensen, waaronder het joodse gezin De Jong uit Nijmegen, dat vlak bij de boerderij in een ondergrondse schuilplaats zat. Zij en Cornelis Krans overleefden de oorlog niet.
    In België ontstond direkt over de grens een vergelijkbaar initiatief, dat ook daar uitging van oud-militairen: het Geheim Leger zone II/Limburg. Ook dat ging niet goed, zoals u daar kunt lezen. In dit dicht bevolkt deel van Europa was het verzet in kleine, vrij zelfstandig opererende groepen vele malen effectiever en veiliger.

    Er waren ook een paar kampen voor onderduikers in de Schadijkse bossen bij Horst (Open Street Map), maar die waren niet bedoeld als trainingskampen.

    Het verdriet van Roermond
    Na de bevrijding van Zuid-Limburg en het gebied ten westen van de Maas en de mislukte slag om Arnhem bleef de Maas in Midden- en Noordlimburg de frontlijn. Toen Roermond al ruim een maand frontstad was, arriveerde in de nacht van 25 op 26 november het uitgedunde 1e bataljon van het parachutistenregiment Kampfgruppe Hübner. De commandant Ulrich Matthaeas werd stadscommandant (Ortskommandant) en omdat aan de westkant van de Maas bevrijd gebied was, werd hij ook frontsectiecommandant (Frontabschnitts­kommandant). Er ontstond meteen een grimmige sfeer in de stad. De soldaten wisten natuurlijk, dat de oorlog niet meer te winnen was en dat ze gehaat waren. Van het vriendelijke gezicht, dat de bezetters in het begin hadden opgezet, was niets meer over. De meeste politiemensen waren steeds minder bereid, aan de terreur mee te werken. Tegelijk steeg de vraag naar dwangarbeiders in Duitsland steeds meer. De jacht op onderduikers werd verhevigd, ook om een andere reden. Majoor Matthaeas had sinds zijn verblijf in Rusland een panische angst voor partizanen. Wanneer de geallieerden de Maas zouden oversteken, vreesde hij in de rug te zullen worden aangevallen. Daarom zocht hij een gelegenheid, van de complete mannelijke bevolking in de „weerbare“ leeftijd af te komen. Die bood zich rond Kerstmis 1944. Door verraad kwam een schuilplaats van elf Roermondenaren aan het licht, die onder de vloer van een klaslokaal aan het Schoolpad zaten. Eén jongeman, Jacobus Sevenich, wist te ontsnappen. De overige tien en twee andere arrestanten moesten op Tweede Kerstdag voor een inderhaast samengesteld standgerecht verschijnen. Het vonnis stond bij voorbaat vast: dood door de kogel. Want het ging niet om onttrekking aan de arbeidsdienst of andere zogenaamde vergrijpen zoals het luisteren naar de BBC. Het ging om terreur als middel, de mannen en jongens uit Roermond weg te krijgen en ze bovendien tot slaven te maken. Op 26 en 27 december 1944 werden de 14 in het Elmpterbos vlak over de grens bij Roermond doodgeschoten: Louis Claessens, Frans Denis, Josef Fuchs, Johannes Hanno, Lambertus Janssens, Willem Jongen, Thijs Oljans, Wicher Oljans, Hubertus Selder, Mathieu Sevenich, Jan Tobben, Louis Uphus (later herbegraven op het Nationaal Ereveld te Loenen), Willem Winters en ‘Frans’, een ontsnapte Poolse krijgsgevangene.
    Cammaert schrijft in hoofdstuk 6b, op pagina 621-622: „De twaalf onschuldigen werden ter dood veroordeeld wegens ‘illegale activiteiten’. Matthaeas liet ze dezelfde dag nog in de bossen tussen het Duitse grensplaatsje Elmpt en Roermond doodschieten. De volgende dag liet hij daar nóg twee personen, onder wie een Pool, executeren. Na de bekendmaking van het vonnis en het bevel dat alle mannelijke inwoners van Roermond en Maasniel in de leeftijd van 16 tot 60 jaar zich vóór 30 december 16:00 uur op de Ortskommandantur moesten melden op straffe des doods, ging er een golf van ontzetting door de stad. Als gevolg daarvan meldden zich ongeveer 2800 Roermondenaren. Op 30 december werden zij gedwongen in de vrieskou naar Dülken te lopen, waar zij de nacht staande in de wielerbaan in de open lucht moesten doorbrengen. De volgende dag werden ze per trein naar Wuppertal gebracht voor dwangarbeid in de Duitse oorlogsindustrie.
    Op het Oude Kerkhof nabij de Kapel in ‘t Zand, in de volksmond ‘den Aje Kirkhaof’, herinnert een herdenkingssteen blijvend aan deze inktzwarte gebeurtenis, die bekend staat als ‘het verdriet van Roermond’.
    Vlak over de grens, op de plaats van de executies, hebben burgers van Niederkrüchten de boven afgebeelde gedenksteen (Mahnmal Lüsekamp) opgericht.

    Lindenhof
    Ook andere onderduikers werden slachtoffers van deze mensenjacht. Zie het verhaal van de onderduikers op de Lindenhofonderduikers op de Lindenhof.

    Wraakacties tijdens de bevrijding Bijtjesdag in Limburg. De bedoeling van deze site is, de herinnering aan de geschiedenis van de bezetting in Limburg en speciaal in Valkenburg levend te houden. Ere wie ere toekomt, maar niet in de vorm van ongedifferentieerde heldenverering. Er waren bijvoorbeeld verzetsmensen met antisemitische vooroordelen, hoewel ze toch ook joden hielpen. Maar een ander verhaal is, dat er na de bevrijding opeens overal mensen opdoken, die zogenaamd bij het verzet waren geweest en opeens walgelijke wraakacties gingen organiseren, „uit naam van het verzet.“ Hoe was dat mogelijk?
    De eerste Nederlandse stad die werd bevrijd, was Maastricht. Er was een organisatie van door de Duitsers gedemobiliseerde Nederlandse militairen, die zich Ordedienst noemden. Zij hadden zich tot doel gesteld, het machtsvacuüm te vullen, wanneer de Duitse troepen waren verdwenen en de Geallieerden nog niet waren gearriveerd. Hun gemeenschappelijk motief was de angst voor een communistische machtsgreep. Er waren OD-groepen die bovendien tijdens de bezetting verzet gepleegd hebben, daarbij denken wij bijvoorbeeld aan de zeer actieve groep rond de brandweercommandant Charles Bongaerts in Heerlen. Maar er waren er ook, die uitdrukkelijk GEEN verzet wilden plegen en zich uitsluitend op de bevrijdingsdagen richtten. Daarom kan de OD als geheel niet tot het verzet worden gerekend.
    Bizar was de situatie in Maastricht, waar tijdens de bevrijding twee en voor een tijd zelfs drie elkaar beconcurrerende OD’s waren. Omdat zij allen hoopten, in de BS te worden opgenomen, gingen zij een massaal een zeer onkritisch wervingsbeleid voeren. Zij merkten niet, dat hier ook onderwereldfiguren op af kwamen, die het alleen om de wapens te doen was. En hoewel de oud-gediende OD-leiding de bevolking en hun eigen nieue leden onmiskenbaar had opgeroepen, zich van wraakacties te onthouden, was het precies dat, wat meteen gebeurde. Wat eigenlijk het geordende arresteren van collaborateurs had moeten worden, liep volledig uit de hand. Nie alleen achtergebleven nationaalsocialisten werden bij elkaar gedreven, ook meisjes en vrouwen, die iets met een Duitser gehad zouden hebben, of gewoon omdat ze Duits waren. Sommigen hadden zelfs voor het verzet gewerkt en hun Duitse nationaliteit gebruikt, om mensen te verbergen onder het mom van trouwe partijleden te zijn. Na de bevrijding konden sommigen alleen aan het kamp ontkomen met behulp van Joodse mensen die zij hadden gered of van echte verzetsmensen. Zie voor dergelijke gevallen het proefschrift van Barbara Henkes aan de UVA uit 1995: Heimat in Holland: Duitse dienstmeisjes 1920-1950. Babylon-De Geus. op p. 198. Maar daarvan begrepen die wraakzuchtigen blijkbaar niets. Wanneer we de vele foto’s bekijken, waarop zogeheten moffenmeiden worden kaalgeschoren, dan vallen de lachende gezichten van de omstanders meteen op. Dat had niets met de strijd voor de vrijheid en tegen discriminatie tijdens de bezetting te maken, ook niet wanneer er soms ook echte verzetsmensen aan hebben deelgenomen. In Valkenburg is op het nippertje een echte verzetsman gered, die tijdens de oorlog op het distributiekantoor zeer succesvol bonnen en andere documenten voor de vele onderduikers had gestolen, maar altijd had gedaan alsof hij bruine sympathieën had. Bijna had een stel halve garen hem „terecht“-gesteld, die zo deden alsof ze verzet hadden gepleegd, hoewel ze nog halve kinderen waren. Twee collega’s van de LO, Pierre Schunck en Jan van Westerhoven (Pater Ferdinand sscc), konden ze ervan overtuigen dat dat een grote vergissing zou zijn. Minder geluk had een echte collaborateur, de 26‑jarige landwachter Funs Savelberg. Er werd door iemand beweerd, dat die door een Amerikaans krijgsgerecht ter dood was veroordeeld. Een aanwezige Amerikaanse officier zei „kill him“ en een van die zelfbenoemde OD-ers was maar wat trots, dat hij alsnog tot de overwinnaars mocht behoren. De ware schuldige van deze moord is degene, die het leugenverhaal van die veroordeling heeft verteld. Maar schuld treft ook de aanwezige officier, die dat niet heeft nagetrokken. Maar in dit geval trof het verzet zeker geen schuld. De schutter is na de oorlog vrijgesproken, omdat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
    Meer over de achtergronden van deze moord vindt u op De moord op de landwachter en Wat waren L.O, K.P., O.D. en R.V.V.? op deze website.


Het verborgen front Geschiedenis van de georganiseerde illegaliteit in de provincie Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met uittreksel. Deze doctorale scriptie is sinds zijn verschijnen HET standaardwerk als het gaat om het Limburgs verzet. Ook op deze site is veel informtie daaruit geput.

  • Verzet in Valkenburg

    Verzet in Valkenburg Het hele verhaal, door de ogen van tijdgenoten
    Bronnen enz.

  • Externe links

    Lijst van links Verzet 2e Wereldoorlog

    Stichting Struikelstenen Valkenburg Pagina is in het Nederlands
    Ook 45 uit Valkenburg gedeporteerde Joden keerden niet meer terug. De Stichting Struikelstenen Valkenburg werd opgericht om ter nagedachtenis van de omgekomen Valkenburgse Joden, zogeheten struikelstenen in het trottoir vóór het huis te leggen van waaruit zij werden gedeporteerd. Met een complete lijst.
    Zie ook Stolpersteine op Wikipedia77

    Roermond frontstad Pagina is in het Nederlands
    Serie verhalen van Eric Munnicks over de laatste oorlogsmaanden.
    Zie ook de andere Oorlogsverhalen van het gemeentearchief Roermond76

    Limburg 75 jaar vrij Pagina is in het Nederlands
    Website opgezet t.g.v. de bevrijdingsfeesten 75 jaar na de bevrijding, september 202075

    Belgium WWII Pagina is in het Nederlands Seite auf Deutsch verfügbar Page disponible en Français;
    Een virtueel platform over België en zijn inwoners tijdens de Tweede Wereldoorlog74

    Voormalig concentratiekamp Natzweiler-Struthof, Elzas Seite auf Deutsch verfügbar Page available in English Page disponible en Français;
    Europees Centrum over gedeporteerde verzetsleden. Kamp en museum.73

    De joodse slachtoffers van het nationaal-socialisme uit Keulen | A–Z Seite auf Deutsch verfügbar
    72

    Documentatiecentrum Nationaalsocialisme van de stad Keulen Pagina is in het Nederlands Seite auf Deutsch verfügbar Page available in English Page disponible en Français;
    Virtuele rondleiding 360° door de gedenkplaats en de tentoonstelling, begeleid door een audiotour in 8 talen.71

    Nationaal Monument Kamp Vught Pagina is in het Nederlands Seite auf Deutsch verfügbar Page available in English Page disponible en Français;
    Het Nationaal Monument Kamp Vught bevindt zich op een deel van het voormalige SS-kamp Konzentrationslager Herzogenbusch, ook wel bekend als Kamp Vught (januari 1943 - september 1944).70

    The Margraten Boys - Over de Amerikaanse begraafplaats Page available in English
    Schrijnend en troostend, dit is de geschiedenis van een uniek ‘adoptiesysteem’. Inmiddels zoren generaties van lokale families, dankbaar voor het offer van hun bevrijders van de nazi-bezetting, niet alleen voor de graven, maar ook voor de herinneringen van meer dan 10.000 Amerikaanse soldaten op de begraafplaats van Margraten in Zuid-Limburg.
    Gratis e-book van Peter Schrijvers, helaas alleen in het Engels. Andere e-boeken van deze auteur over de Tweede Wereldoorlog, in het Engels en het Nederlands: https://www.google.de/search?hl=de&tbo=p&tbm=bks&q=inauthor:%22Peter+Schrijvers%2268

    Het Joods Monument Pagina is in het Nederlands Page available in English
    Elk vermoord slachtoffer van de Holocaust wordt op het Joods Monument herdacht met een persoonlijk profiel. Het Joods Monument is niet alleen geschikt om te doorzoeken en gedenken. U kunt zelf het monument aanvullen met foto’s, documenten en verhalen, door familieverbanden te leggen en familieleden toe te voegen. Om een oproep te plaatsen en in contact te komen met andere gebruikers. Daarnaast kunt u informatie over stolpersteinen en belangrijke overige externe links toevoegen.67

    Als de mijnwerkers staken tegen de Duitse bezetter Pagina is in het Nederlands
    De mijnstaking in Limburg vanaf 29 april 1943. De werkdruk stijgt en stijgt. De eerste Nederlandse mannen worden gedwongen, in Duitsland te gaan werken. Directe aanleiding is het bevel van Generaal Christiansen om alle vrijgelaten krijgsgevangenen uit het Nederlandse leger weer op te pakken en naar Duitsland te vervoeren. De staking wordt door middel van executies neergeslagen.66

    Vervolgd in Limburg Pagina is in het Nederlands
    Joden en Sinti in Nederlands Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog
    isbn 978-90-8704-353-7
    Een licht bewerkte uitgave van het proefschrift waarop Herman van Rens op 22-03-2013 is gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam
    ©2013 Hilversum65

    Ons verblijf in het dorp Mergel (dagboek) (Meerssen 1989) Pagina is in het Nederlands
    Joop Geijsen uit Meerssen vertelt hoe hij met twee andere jongens een jaar lang ondergedoken zat in de mergelgrot even buiten Meerssen, wat later de duik-herberg werd genoemd. Voor zover wij weten alleen nog in de bibliotheek verkrijgbaar.64

    Yad Vashem Seite auf Deutsch verfügbar Page available in English Page disponible en Français;
    Internationaal Holocaust Herdenkingscentrum63

    Beelden van verzet Pagina is in het Nederlands
    Hoe elke generatie anders omgaat met het verzetsverleden
    door Sander Bastiaan Kromhout
    Uitgave van het Nationaal Comité 4 en 5 Mei, 2018
    Gratis download: zie link
    Printvorm: ISBN 907729424462

    Oorlogsbronnen Limburg Pagina is in het Nederlands Page available in English
    Limburg telt tal van gespecialiseerde archiefinstellingen die relevante historische bronnen over de Tweede Wereldoorlog bewaren. Het is voor het publiek echter niet altijd duidelijk voor welke informatie men waar terecht kan. Archieven hebben overlappende werkgebieden, organisaties en mensen waren in het verleden actief in verschillende streken en op verschillende terreinen. Dus is het vaak lang zoeken naar de juiste vindplaats van informatie.
    Hier kunt u zoeken, maar ook uw documenten delen met andere geïnteresseerden. Dat kan middels schenking aan bestaande archieven of musea, of door digitale kopieën van documenten of beeldmateriaal ter beschikking te stellen.61

    Oorlogsdoden Nijmegen 1940 - 1945 Pagina is in het Nederlands
    Met zoekfunctie60

    Stichting Neerlandsch Verzetsmonument Pagina is in het Nederlands Seite auf Deutsch verfügbar Page available in English Page disponible en Français;
    Namen van verzetsstrijders in Nederland en koloniën gedurende de Tweede Wereldoorlog59

    La résistance durant la guerre 1940-1945 Page disponible en Français;
    Het gaat voornamelijk over het illegale netwerk „Clarence“, waarvan de oprichter Walther Dewez was. Er wordt ook herinnerd aan verschillende agenten uit Visé en Voeren, die deel uitmaakten van deze beweging.58

    Gesneuvelde verzetsstrijders Maastricht Pagina is in het Nederlands
    Een summiere beschrijving en een lange galerij portretten57

    Stichting Herinnering LO-LKP Pagina is in het Nederlands
    De Stichting Herinnering LO-LKP wil meer bekendheid geven aan de geschiedenis van het verzet door de organisaties LO en LKP. Daartoe stelt zij de inhoud van zijn gedenkboek en vele originele documenten in digitale vorm aan de geïnteresseerde lezer beschikbaar.56

    De vergeten Genocide – Het lot van de Sinti en Roma Pagina is in het Nederlands Seite auf Deutsch verfügbar Page available in English
    Ook bekend onder de naam Zigeuners55

    1944-2019 ⇒ Zuid-Limburg 75 jaar vrij! ⇐ Pagina is in het Nederlands
    Een overzicht van de activiteiten in Zuid-Limburg rond dit gedenkwaardige jubileum in september. Het wordt in iedere gemeente gevierd.54

    Historisch Amerikaans filmpje over de duikherberg Pagina is in het Nederlands
    Een stomme film, die door een USAmerikaans team is opgenomen na de bevrijding van Valkenburg. Het eerste deel is nagespeeld, met behulp van het Valkenburgs verzet. Hij laat zien, hoe onderduikers naar de duikherberg werden gebracht. De man met de hoed is steeds Pierre Schunck. De film begint bij zijn huis in de Plenkertstraat, Valkenburg. De rol van de veldwachter op de fiets aan het begin wordt niet helemaal duidelijk. Volgens de begeleidende tekst is dat een koerier.53

    Database persoonsbewijzen uit de Tweede Wereldoorlog Pagina is in het Nederlands
    Over persoonsbewijzen uit de Tweede Wereldoorlog alsmede afbeeldingen van persoonsbewijzen in combinatie met andere documenten en genealogische en persoonlijke gegevens waaronder ook levensverhalen.49

    Gedenksteen voor de KPers Coenen en Francotte Pagina is in het Nederlands
    Voor het Provinciale Verzetsmonument in Valkenburg. Hier werden Sjeng Coenen en Joep Francotte op 5 september 1944 vermoord, vlak voor de bevrijding van Valkenburg48

    Valkenburg, Provinciaal Verzetsmonument Pagina is in het Nederlands
    Elk jaar op 4 mei vindt hier de herdenkingsplechtigheid voor de gesneuvelden van deze provincie plaats. Ondertussen zijn de veteranen er ook niet meer bij aanwezig.47

    Oproep aan de inwoners van Valkenburg aan de Geul Pagina is in het Nederlands
    Op 17 september 2019 is het 75 jaar geleden dat alle kernen van de huidige gemeente Valkenburg aan de Geul werden bevrijd.
    Om de bevrijding te herdenken en de oorlogstijd zo accuraat mogelijk weer te geven, is Museum Land van Valkenburg op zoek naar persoonlijke verhalen, ooggetuigenissen en tastbare herinneringen.
    Van al deze levensechte verhalen, materialen, foto’s, filmbeelden en uitrustingsstukken richten we een unieke en zo volledig mogelijke overzichtstentoonstelling in onder de naam “We Do Remember”46

    Erelijst van gevallenen 1940 - 1945 Pagina is in het Nederlands
    Een website in opdracht van de Tweede Kamer. In de Erelijst van Gevallenen 1940-1945 zijn diegenen opgenomen die als gevolg van verzet of als militair zijn omgekomen.45

    Grenzeloos verzet Pagina is in het Nederlands
    Over spionerende monniken, ontsnappingslijnen en het Hannibalspiel, 1940-1943
    ISBN 9789056220723
    Unieke gevalstudie van het verzet in de Tweede Wereldoorlog aan beide kanten van de Belgisch-Nederlandse grens. Het accent ligt op de Belgische kant en geeft daarmee een aansluiting aan het boek van Cammaert, vooral waar het gaat om de groep Erkens in Maastricht.44

    Het verborgen front Pagina is in het Nederlands Page available in English
    Geschiedenis van de georganiseerde illegaliteit in de provincie Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog
    Doctorale scriptie 1994, door CAMMAERT, Alfred Paul Marie
    Het complete boek op de website van de Universiteit van Groningen.
    In papiervorm: Twee delen, 1262 blz., Eisma 1994, uitverkocht.
     
    Boekbespreking NRC:
    https://www.nrc.nl/nieuws/1994/05/07/erkenning-voor-het-limburgs-verzet-7223972-a937131
    De sociaal-democraat en latere minister van binnenlandse zaken J.A. Burger heeft niet geweten wat hij teweeg zou brengen, toen hij in mei 1943 in Londen verslag uitbracht over het verzet in Nederland en op een vraag van koningin Wilhelmina moet hebben geantwoord: “Van verzet in het Zuiden, majesteit, is me niets bekend” of woorden van gelijke strekking. Toen dr. L. de Jong bovendien in zijn werk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog gewag maakte van de scriptie van de socioloog L. Lamers dat het verzet in Limburg niet zo erg veel zou hebben voorgesteld, kwam de trap tegen het zere been van veel Limburgse verzetsmensen nog ééns zo hard aan.43

    Forgotten History – Pierre Schunck, Resistance Fighter Page available in English
    Vergeten Geschiedenis - Pierre Schunck Verzetsstijder42

    Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog Pagina is in het Nederlands
    Lou de Jong (download, pdf)41

    Tweede Wereldoorlog in Zuid-Limburg Pagina is in het Nederlands
    Zeer veel foto’s gesorteerd op gemeente. Voor Valkenburg: veel foto’s van de nazi-kostschool voor jongens Reichsschule der SS (voormalig Jezuïeten klooster) en van de bevrijdingsdagen, door Frans Hoffman.40

    Netwerk Oorlogsbronnen (NOB) Pagina is in het Nederlands
    Zoeken door 9 miljoen documenten, films en foto’s over en uit de Tweede Wereldoorlog in Nederland.39

    Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies Pagina is in het Nederlands Page available in English
    Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies, voorheen Nederlands Instituut voor Oorlogsdicumentatie
    Kwesties die met oorlogsgeweld te maken hebben, wekken veel maatschappelijke belangstelling en vragen om onafhankelijk en wetenschappelijk onderzoek. Het NIOD verricht en stimuleert dergelijk onderzoek en stelt zijn collecties open voor alle belangstellenden.38

    Limburg gaf joden WOII meeste kans Pagina is in het Nederlands
    Nederlandse joden hadden in Limburg de meeste kans om onder te duiken en de Holocaust te overleven. Dat blijkt uit het proefschrift over de vervolging van joden en Sinti in Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog van de Beekse historicus Herman van Rens aan de Universiteit van Amsterdam.
    Buy
    Bespreking36

    Tweede Wereldoorlog en bijzondere rechtspleging Pagina is in het Nederlands
    Over de berechting van ‘foute’ Nederlanders: De zogenaamde bijzondere rechtspleging. Deze pagina wijst u de weg. Hier vindt u foto’s, de meest gebruikte zoekwoorden, verwijzingen naar interessante archieven, indexen, websites, persoonlijke verhalen en onderzoeksgidsen.35

    Nederlands Auschwitz Comité Pagina is in het Nederlands
    34

    Geheim Leger zone II/Limburg Pagina is in het Nederlands
    over de mislukte poging in Belgisch Limburg, een compleet guerrillaleger op te zetten.20

    verzet in Enschede Pagina is in het Nederlands Page available in English
    Roelof Blokzijl19

    30th Infantry Division Old Hickory Page available in English
    Bevrijders van Zuid-Limburg17

    Bond van Oud-Stoottroepers en Stoottroepers Pagina is in het Nederlands
    16

    The Dutch Underground and the Stoottroepers Page available in English
    Stoottroepen: ontstaan uit de oud-verzetsmensen, die in het leger zijn gegaan.15

     

    topback