Ludovicus (Ludo) Adrianus Bleijs (Bleys) <i>(Lodewijk)</i>
Menu text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het NederlandsDiese Seite auf DeutschThis page in English - ssssCette page en FrançaisEsta página em Portuguêsnaar boventerug

Alle Limburgse gesneuvelden

vorigebackvolgende

Ludovicus (Ludo) Adrianus Bleijs (Bleys) (Lodewijk)


 1906-10-17 Tilburg      1945-08-15 Gorinchem (38)
- Roermond - L.O. - Knokploeg -



Wikipedia NL

    De achternaam van Ludo Bleijs wordt ook wel gespeld Bleys, als voornaam wordt soms ook Louis aangegeven. Zijn verzetsnaam was Lodewijk. Hij was tijdens de oorlog kloosterling in het redemptoristenklooster te Roermond en als kapelaan verbonden aan de daarnaast liggende parochiekerk Kapel in ’t Zand, samen met zijn confrater Gerard van den Heuvel. Hij was een van de oprichters van de L.O. in de regio Roermond. Cammaert schrijft in hoofdstuk VIb op p. 611: „Pater Bleijs en secretaris Moonen namen het initiatief tot de oprichting van de duikorganisatie in Midden-Limburg.“ Hij was de uitvinder van het Limburgse onderduikerssymbool „O.L. Vrouw van de goede duik“. Hij werd te bekend bij de SiPo en moest onderduiken, maar dat wilde hij niet. Daarom werd hij door de KP Helden ontvoerd en naar Engeland gestuurd, om in augustus 1944 bij de regering in ballingschap verslag over het verzet in Limburg uit te brengen. Daar gaf hij hoog op van de LO, maar de voornamelijk socialdemokratische RVV en ook de ondergrondse pers waren volgens hem te links. Werd in Londen aalmoezenier bij de militaire staf van Prins Bernhard in de rang van majoor. Bij Wikipedia (zie link) lezen we het volgende:
    „Na de oorlog trok hij met collega verzetsstrijder Frits Slomp (Frits de Zwerver) het land door om over de achtergronden van het verzet te vertellen. In 1945 zat hij in een jeep die bestuurd werd door Paul Dijckhoff op weg naar een spreekbeurt. Op de Arkelsedijk buiten Gorinchem kreeg de auto een klapband en stortte de dijk af. Bleys kreeg het voertuig op zijn lichaam, raakte zwaargewond en overleed diezelfde dag in het ziekenhuis. Uit onderzoek aan de auto bleek er een voorwiel was losgelopen en de boutgaten waren ingescheurd. Of dit slijtage of opzet was kon niet vastgesteld worden. Het verhaal ging dat de jeep in onderhoud was bij een garage in Utrecht waar een aantal voorwaardelijk vrijgelaten NSB-ers werkten die vertelden dat zij heel simpel een auto-ongeluk konden arrangeren. Of er daadwerkelijk sabotage is gepleegd is nooit opgehelderd.“
    Daarom staat zijn naam niet op de muur van de kapel van het Provinciaal Verzetsmonument aan de Cauberg in Valkenburg, maar toch staat vast, dat hij zijn leven heeft gelaten bij zijn werk voor her verzet.

    Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.04 #03