Gesneuvelden van het verzet in Nederlands Limburg
Menu text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het NederlandsDiese Seite auf DeutschThis page in English - ssssCette page en FrançaisEsta página em Portuguêsnaar boventerug
 

Gesneuvelden van het verzet in Nederlands Limburg

Zie ook Tussen Maas en Peel

– 1 pers.   ⇒Alle Limburgse gesneuvelden
Dusink,
Lubbert
Lambert
∗ 1907-04-28
’s-Gravenhage
† 1945-05-24
Ludwigslust
Nederweert - L.O. - politie - Lubertus Hindrikus Johannes Dusink woonde onder andere in Nederweert, waar hij gemeenteveldwachter was. Op 10 maart 1943 werd hij in verband met de reorganisatie van het politiekorps overgeplaatst naar Mierlo-Hout. Hij bleef in contact met Nederweert. Voorzien van de nodige papieren bracht hij van daar begin 1944 samen met een collega een geboeide joodse onderduiker, Max Noach, zogenaamd als gevangene met de trein naar Dordrecht, op weg naar een beter onderduikadres. In de drukte op het stationsplein werd Max vrijgelaten. (http://www.stolpersteine-dordrecht.nl/het_voorbije_joodse_dordrecht_Max_Noach.html).
In juni 1944 moesten twee collega’s Pierre Dorssers, een echte arrestant (wegens verboden wapenbezit) naar Maastricht brengen, eveneens met de trein. Die nam de benen toen de politiemensen even een andere kant op keken. De precieze omstandigheden zijn niet bekend. De SiPo liet het daar niet bij zitten. Dezelfde avond werden de twee „onoplettenden“, Herman Kroezen en K.W.L.A. Wering naar Maastricht ontboden voor nadere uitleg, maar ook opper Josephs en marechaussee Dusink. Zij werden vermoedelijk door burgemeester Rösener Manz beschuldigd en zeker door een wegens diefstal ontslagen politieman, die allerlei beschuldigingen uitte aan het adres van Kroezen, Wering en Dusink (wist een van die twee iets van de transportpapieren voor Max Noach?). Kroezen, Wering en Dusink kwamen in Duitse kampen terecht. Alleen Wering keerde na de oorlog terug. Dusink werd overgebracht naar Kamp Vught op 1 augustus 1944, vervolgens naar Oranienburg/Sachsenhausen. Op 12 februari 1945 aldaar nog gezien, vermoedelijk overleden in het KZ Wöbbelin bij Ludwigslust, waar tegen het einde van de oorlog veel evacuatíetransporten uit andere kampen terecht kwamen. Hier werden de gevangenen praktisch aan hun lot overgelaten om te sterven. Kroezen bezweek diezelfde maand in Bergen-Belsen.muur: links, regel 39-04