Piet Muhren <i>(Père Étienne /Pater Stephanus)</i>
Menu text, no JavaScript Log in  Deze pagina in het NederlandsDiese Seite auf DeutschThis page in English - ssssCette page en FrançaisEsta página em Portuguêsnaar boventerug

Alle Limburgse gesneuvelden

vorigebackvolgende

Piet Muhren (Père Étienne /Pater Stephanus)


 1908-09-14 Bergen-op-Zoom      1943-10-09 Bunnik (Utrecht) (35)
- België - vroeg verzet - Ondergrondse pers - Gr. Erkens - geestelijke -



Piet Muhren

      Petrus („Piet“) Johannes Cornelis Muhren was geen verzetsman in Limburg (NL), maar stond met het Limburgs verzet in intensief contact en komt daarom ook voor op deze lijst. Hij trad in 1929 als broeder Canisius in het noviciaat van de Nederlandse cisterciënzerabdij Mariënkroon in, maar in 1933 verhuisde hij naar de abdij Val-Dieu (Godsdal) in Aubel, België, net over de grens van het Nederlandse Zuid-Limburg, omdat die met een tekort aan personeel kampte. Daar kreeg hij de kloosternaam Stephanus (Frans: Étienne). Hij werd er priester gewijd op 5 juli 1936. De volgende jaren was hij cantor en doceerde hij canoniek recht, dogmatiek en filosofie aan de interne onderwijsinstelling. Toen de Wehrmacht in 1940 binnenviel, vluchtte hij aanvankelijk naar het westen, wantrouwend tegenover zijn Duitse abt, maar keerde daarna terug en sloot zich aan bij het verzet, samen met zijn confrater Hugo Jacobs. Via de huisarts Jules Goffin uit ’s-Gravenvoeren kwamen zij in contact met het verzetsnetwerk Clarence en de bij Clarence zo genoemde groep Holland (van Nic. Erkens, op dat moment ondergedoken in Sittard bij zijn zussen). Hij observeerde de transporten van het Duitse leger op de spoorlijnen in de omgeving tijdens uitgebreide fietstochten en verklaarde dit met bezoeken aan vrouwen die pastorale hulp nodig hadden, wat hem de bijnaam Père Amoureux opleverde. Val-Dieu en Voeren liggen in het midden van de driehoek Luik-Maastricht-Aken en waren dus geknipt als doorgeefluik voor vluchtnetwerken. De twee monniken verborgen vluchtelingen in het klooster en op de omliggende boerderijen en hielden de Duitse transportactiviteiten op de spoorlijnen van het grensgebied in de gaten. Ze werden gesteund door hun Duitse abt Alberich Steiger, die onder meer dineerde met hoge Duitse officieren. Samen met pater Hugo en Pol Nolens, kapelaan in Charneux, werd een geheime krant verspreid die in Charneux op stencils werd gereproduceerd en waarin de wandaden van het nationaal-socialisme in de drie landstalen aan de kaak werden gesteld (La Tribune Libre in het Frans, Het Vrije Woord in het Nederlands en Das Freie Wort in het Duits).
      Op 18 maart 1943, een dag voor P. Hugo, door de Geheime Feldpolizei als gevolg van het Hannibalspiel gearresteerd. Op 11 augustus 1943 werden hij en tien anderen door de krijgsraad in Utrecht ter dood veroordeeld wegens “spionage en bevoordeling van de vijand”. Zij werden op 9 oktober 1943 in Fort Rijnauwen bij Utrecht gefusilleerd. Op weg naar de executieplaats droegen hij en zijn kloostergenoot hun witte monnikenpij van de Cisterciënsers en zongen luidkeels een religieus lied. Zijn lichaam werd gecremeerd en de as later begraven op het kloosterkerkhof van Val-Dieu. Een gedenkplaat herinnert aan hem in Fort Rijnauwen en in de abdijkerk van Val-Dieu.

    • http://www.zisterzienserlexikon.de/wiki/Muhren,_Stephanus
    • Wikipedia NL: Abdij van Val-Dieu
    Deze persoon staat (nog?) niet op de muren van de kapel.02 #04